Huiszwaluw

Wetenschappelijke naam

Delichon urbicum

Engelse naam

Common House Martin

Rode Lijst

Gevoelig

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

65.000-92.000 (2009)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Huiszwaluw

Delichon urbicum

Methode

Nesten tellen

Tijd van het jaar

Begin mei t/m eind augustus

Datumgrenzen

15 juni t/m 15 augustus

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Minimaal eenmaal nesten in aanbouw en bewoonde nesten tellen tussen 15 juni-15 augustus. Bewoonde nesten herkenbaar aan goede conditie, in- en uitvliegende oude vogels of al dan niet uit de nestopening kijkende jongen (uitwerpselen onder de nesten). Soms ook in kunstnesten broedend. Zeer uitgezakte of verbrokkelde nesten niet meetellen (zijn oud; pas echter op in droogteperiodes wanneer niet altijd voldoende vochtige klei kan worden aangebracht), net zo min als nesten met strootjes of veren uit nestopening (bewoond door mussen).
Tellingen voor juli doorgaans onvolledig i.v.m. vestigingen tot in juli. Let ook op achterkant van gebouwen!

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten in periode 15 juni-15 augustus aanhouden.

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Nestbouw kan in droge periode opmerkelijk lang duren (tot 18 dagen). Door verstoring kunnen verplaatsingen optreden. Nieuwe broedsels vinden plaats op een andere plek of in een reeds bestaand nest.

Broedbiologie

Nestelt tegenwoordig vrijwel uitsluitend op platteland, zowel in dorpen, gehuchten als vrijstaande huizen, boerderijen en bouwwerken (inclusief sluizen, gemalen, bruggen); steden worden amper meer bewoond, met uitzondering van randen.
Een tot twee broedsels per jaar. Meestal 4-5 eieren, broedduur 13-16 dagen, nestjongenperiode 23-30 dagen, onder uitzonderlijke omstandigheden (slecht weer, groot broedsel) nog langer. Eileg van half mei tot begin augustus.

Broedtijd

Huiszwaluwen broeden in Nederland vrijwel uitsluitend aan gebouwen en bruggen. Ze zijn het talrijkst in de omgeving van meren, plassen en rivieren. De landelijke aantallen namen sinds ongeveer 1970 (mogelijk een half miljoen broedparen!) sterk af. De soort verdween in deze periode uit nagenoeg alle grote steden, terwijl de aantallen in dorpen en kleine steden onder druk stonden. Sinds de eeuwwisseling vertonen de aantallen enig herstel. De trend wordt, anders dan bijvoorbeeld bij de Oeverzwaluw, niet rechtstreeks aangestuurd door de neerslag in de Sahel. De Huiszwaluw overwintert namelijk zuidelijker in Afrika.

Buiten broedtijd

De eerste Huiszwaluwen verschijnen eind maart, maar de meerderheid komt aan in april en mei. De doortrek piekt in mei en loopt door tot in juni, maar is alleen langs de kust op sommige dagen (met zuidoostenwinden) opvallend. De wegtrek begint in augustus en kent een hoogtepunt eind augustus en begin september. Een maand later passeren de laatste vogels. Vergeleken met enkele tientallen jaren geleden komen Huiszwaluwen in het voorjaar vroeger aan, maar verlaten ze ons land ook eerder in het najaar.