Roodhalsfuut

Wetenschappelijke naam

Podiceps grisegena

Engelse naam

Red-necked Grebe

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :370
Broedpopulatie

14-16 (2016)

Geschat maximum winter

50-100 (2013-2015)

Roodhalsfuut

Podiceps grisegena

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m augustus

Datumgrenzen

30 april t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Paren in geschikt broedbiotoop (vennen, duinmeren, moeras) met kijker volgen en opletten of er aanwijzingen voor nest zijn (balts, slepen met nestmateriaal, copulatie). Idem bij zich verdacht gedragend individu (territoriumindicerend).
LET OP: Waterral-achtige baltsroep, vaak vanuit oevervegetatie. Dodaars-achtig gedrag: broedvogels kunnen spoorloos verdwenen lijken na aanvang van broeden. Blijf het gebied na het schijnbare verdwijnen van de soort daarom bezoeken en bekijk (met telescoop) oevervegetaties nauwkeurig. Eventueel geluiden afspelen. Drijvend nest, soms nogal open en goed zichtbaar, soms goed verstopt in vegetatie. Voor definitieve nestbouw plaatsvindt worden 1-3 platforms gebouwd die gebruikt worden voor paring. Bij grote jongen opletten of ze nog gevoerd worden. Vliegvlugge jonge vogels zijn geen bewijs voor broeden ter plaatse.
Nieuwe broedterreinen kunnen tot in juni worden bezet. Overzomeraars prefereren veelal grote open wateren zonder duidelijk broedbiotoop.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 30 april t/m 30 juni

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Van de bekende Drentse broedplaatsen graag de hoogst vastgestelde broedcode opgeven. Elders is meer uitgebreide documentatie nodig; geef waarnemingen per datum door.

Bijzonderheden

Soort broedt vanaf jaren tachtig jaarlijks in ons land, met alleen in Drenthe broedplaatsen die over reeksen van jaren bezet zijn.

Broedbiologie

Nestelend in veelal kleine stilstaande wateren met uitgebreide oevervegetaties. In Nederland vooral op vennen en vloeivelden, ook wel in duinplassen of moerassen op klei, in Duitsland ook in zeer kleine plassen (vanaf 0,1 ha) in bos. Enige voorkeur aldaar voor nieuw ontstane wateren.
Meestal één broedsel per jaar, soms twee (in elkaar geschoven) broedsels. Eileg (Duitsland!) vooral eind april-eind mei, vervolg-/tweede broedsels tot in juli. Doorgaans 3-4 eieren, broedduur 20-27 dagen, jongen zelfstandig na 8-10 weken.

Tijd van het jaar

Augustus tot en met mei.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden


- Solitair of met enkele bijeen
- Soms gemengd met andere fuutachtigen
- Nu en dan duikend en onder water zwemmend
- Zowel op ondiepe plassen als grote open en diepe wateren
- Soms op zee of in havens
- Kleine Nederlandse broedpopulatie (vooral Drenthe)