Soepeend

Wetenschappelijke naam

Anas platyrhynchos domesticus

Engelse naam

Domestic Mallard

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

35.000-60.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

-

Soepeend

Anas platyrhynchos domesticus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind mei

Datumgrenzen

1 april t/m 10 mei

Tijd van de dag

Gehele dag

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop, met nadruk op solitair mannetje (waakzaam bij potentiële nestplaats) of paar (mannetje begeleidt vrouwtje tijdens voedselzoeken, vooral 's avonds goed waarneembaar), territoriaal gedrag (agressie ten opzichte van andere paren) en aanwijzingen voor nest: alarm, afleidingsgedrag, wijfje met zeer kleine jongen. Schuw wijfje of wijfje dat wegzwemt/wegvliegt en later terugkeert naar zelfde deelgebied is uiterst verdacht.
LET OP: Mannetje blijft tot halverwege de eifase bij het vrouwtje. Wijfje met kuikens kan forse afstand hebben afgelegd.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd

In geval van adult mannetje in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 april t/m 10 mei en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van Wilde Eend, vooral niet in bebouwde omgeving. Aanwijzingen geheel geënt op Wilde Eend, maar dit hoeft niet terecht te zijn. Nader onderzoek zeer gewenst.

Broedbiologie

Broedt vooral in directe menselijke omgeving maar ook ver daarbuiten, zowel op de grond als in bomen (knotwilgen). Broedbiologie vermoedelijk grotendeels overeenkomend met die van Wilde Eend. Dan eileg van eind februari tot eind juli (soms ook daarbuiten), met piek in april. Eén broedsel per jaar, meestal 7-11 eieren, broedduur 24-32 dagen, jongen (nestvlieders) met 50-60 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Gehele jaar.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken (plas-dras)
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal in paren of groepen tot enkele tientallen
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (zwemeenden) als rusten (alle soorten)
- Foerageert in allerlei habitats, van boerenland (stoppelvelden, gras) tot ondiepe wateren en stedelijk milieu
- Rustende vogels op open water of (deels) langs oevers
- Vogels in begroeiing lastig te tellen, op HVP vaak in begroeiing en slootjes foeragerend
- Concentraties bij strenge vorst bij open water maar ook voerplekken
- Variabel verenkleed, van geheel wit tot Wilde Eend-achtig

Broedtijd

Soepeenden zijn afstammelingen van losgelaten of ontsnapte vogels. Hun verspreiding is in 1998-2000 voor het eerst in kaart gebracht. Ze broeden vooral in het waterrijke deel van het land en speciaal in stedelijke omgeving. De soort is relatief talrijk in Friesland, deels een gevolg van de vele eendenkooien hier (met hun stal van tamme dieren) en gestimuleerd door het ophangen van broedkorven. De vogels nestelen geregeld samen met Wilde Eenden, soms ook andere soorten, waardoor allerlei kleurvariaties optreden. De aantalsontwikkeling is slecht bekend.

Buiten broedtijd

De verspreiding van deze standvogel komt grotendeels overeen met die in de broedtijd. Alleen tijdens strenge vorst treden kleinschalige verplaatsingen op. De landelijke aantallen worden pas vanaf 1998 bijgehouden tijdens de watervogeltellingen. Vermoedelijk zijn de aantallen stabiel. Een gesuggereerde toename aan het begin van de telperiode is vermoedelijk een waarnemerseffect.