Terreingebruik en voedsel van de Zwarte Specht in Noord-Brabant en Drenthe

In de periode 2016-2019 is in Noord-Brabant en Drenthe onderzoek gedaan naar terreingebruik en voedselkeus van Zwarte Spechten. Het onderzoek vond plaats omdat de soort op een aantal plekken in Nederland (en landelijk) in aantal achteruit gaat en gezocht wordt naar mogelijkheden om deze achteruitgang door middel van terreinbeheer tot stilstand te brengen.

Terreingebruik

Ten behoeve van het onderzoek zijn van zeven spechten (3 Drentse, 4 Brabantse) gegevens verzameld over terreingebruik met behulp van GPS-dataloggers. Het terreingebruik van de spechten is geanalyseerd aan de hand van GIS-ondergronden en door habitatopnames te vergelijken van plekken waar de spechten waren vastgesteld en van plekken waar ze juist niet waren vastgesteld.

Voedselproppen

Daarnaast is met behulp van nekringen, aangelegd bij jongen, gekeken naar de samenstelling van voedselproppen die de ouders van Brabantse spechten aanbrachten bij het nest. De inhoud van de Brabantse voedselproppen is vergeleken met Veluws materiaal.

Nestgelegenheid

De Drentse spechten broedden voornamelijk in (levende) beuken, maar ook in andere boomsoorten met een weinig betakte en liefst gladde stam. Het is niet aannemelijk dat nestelgelegenheid een bottleneck vormt voor de soort in Drenthe (en in Nederland). De gezenderde spechten hadden in het algemeen een voorkeur voor naaldhout boven loofhout en waar voldoende variatie in boomsoort in het terrein aanwezig was, bestond er een voorkeur voor Grove Den. Ze bezochten vooral open percelen, maar waarschijnlijk is dit een afgeleide van de leeftijd van deze percelen en de daarmee samenhangende beschikbaarheid van dood hout. De voorkeur voor een dichtere struiklaag of tweede boomlaag, die in Noord-Brabant werd vastgesteld is waarschijnlijk eveneens een artefact van de hogere leeftijd van de betreffende bospercelen. De aanwezigheid van wegen en paden was niet van invloed op de keuze van nest- en foerageerlocaties van Zwarte Spechten.

Staand dood hout

Wat dood hout betreft, bleek vooral de aanwezigheid van dikkere stammen (>20 cm) aantrekkelijk voor de spechten. Naaldhout was daarbij belangrijker dan loofhout en haksporen van (Zwarte) spechten en uitsluipgaten van boktorren werden meer aangetroffen in naaldhout dan in loofhout. Met name in Drenthe bleek staand dood hout belangrijker voor Zwarte Spechten dan liggend dood hout en stobben (die overblijven na velling). Kapvlaktes werden 10-15 jaar na kap het meest gebruikt, maar in zijn algemeenheid niet meer dan het omringende bos. Vermoedelijk leidt kap op langere termijn tot verminderde geschiktheid voor de spechten, omdat na het optimum een lange periode volgt waarin het opgroeiende bos minder kan worden benut (dicht, weinig dood hout).

Dieet

Het dieet in de nestjongenfase van de Brabantse Spechten bestond vooral uit boktorlarven en mieren, waarbij het aandeel boktorlarven kleiner was dan op de Veluwe en het dieet bovendien minder gevarieerd was. Vrijwel alle prooien waren afkomstig uit afstervend en dood naaldhout.

Aanbevelingen

Om bosgebieden op langere termijn geschikt te houden voor Zwarte Spechten, bevelen wij aan om voorzichtig te zijn met het verwijderen van naaldhout en met name Grove Den. De meest voor de hand liggende manier om een, voor spechten belangrijke voorraad (staand) dood hout in de bossen te genereren is waarschijnlijk zo min mogelijk ingrijpen of dunnen in het bos. Hierdoor vindt boomsterfte geleidelijk plaats en blijven omstandigheden lange tijd gunstig.

Document: 

rap_2020-15_zwarte-specht-nbr-dr.pdf

Rapportnummer: 

2020/15

Auteurs: 

van Kleunen A., van Manen W., Nijssen M. & van den Burg A.

Jaar van uitgave: 

2020

Uitgever: 

Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen

Publicatiemedium: 

Rapport Sovon

Publicatietaal: 

Nederlands