RICHTLIJNEN BESCHERMING VELDUIL IN GRASLAND

In het voorjaar van 2014 en 2019 broedden er opmerkelijk veel velduilen in boerenland in Friesland. Vrijwel al deze broedparen zaten in ‘gangbaar’ grasland, wat doorgaans al vroeg in het voorjaar gemaaid wordt (eind april/begin mei). Die maaiactiviteiten kunnen funest zijn, omdat velduilnesten niet gauw gevonden worden en de broedende uil zich meestal drukt op het nest, wat de kans op uitmaaien vergroot. Des te belangrijker alert te zijn op ‘broedverdachte’ velduilen.

 

Wanneer zijn velduilen ‘broedverdacht’?

Een velduil die in de voorjaarsmaanden gezien wordt bij het verjagen van een kraai of roofvogels is verdacht. Doorgaans is dit een velduil met een nest. Ook velduilen die in de ochtend- en/of avondschemer met diepe vleugelslag boven ongemaaid grasland vliegen verdienen aandacht, want dit is veelal baltsgedrag en wijst erop dat de uil zich hier wil vestigen of recent gevestigd heeft. De uil maakt dan opvallend diepe vleugelslagen, zowel boven als onder het lichaam, laat met de vleugels onder het lichaam ook een soort van snel ‘handen klappen’ zien en valt dan zo nu en dan als een steen uit de lucht. Gedurende de zulke baltsvluchten kunnen de uilen flink hoogte winnen.

 

Wat te doen bij een (mogelijk) broedende velduil?

Wat te doen bij een nestvondst of een aanwijzing dat er een nest is? Probeer direct te achterhalen van welke boer het betreffende perceel is. De hamvraag voor de boer is “wanneer ga je maaien”. Meldt de boer dat er (vermoedelijk) een velduil in zijn land broedt, geef aan dat uitstel van maaien dan noodzakelijk is en dat daarvoor een schadecompensatie te regelen is met de provincie. Geef het (mogelijke) broedgeval ook door via e-mail aan velduil@sovon.nl (Sovon) en aan de plaatselijke vogelwacht (BFVW). De vogelwacht geeft het door aan het Agrarische Natuurcollectief die voor de boer de compensatie regelt. Sovon geeft het broedgeval door aan de uilenringer in de regio. De uilenringer maakt afspraken met de boer, wanneer de jongen geringd en wanneer het gespaarde stuk grasland gemaaid kan worden. Dit is zodra het jongste jong vijf weken oud is.

 

Het nest vinden

Een velduilennest is lastig te vinden, omdat de uilen in de dekking zitten en meestal plat op het nest blijven zitten als je in de buurt van het nest bent. De uil goed observeren is belangrijk, maar omdat velduilen vrijwel alleen in de schemering actief zijn is de tijd daarvoor schaars. Dat kan enkele avondjes kosten, om op de uitkijk te staan. Kijk waar de uil het meest actief is, met prooien sleept en vaak gaat zitten.

Lukt het niet om een nest ‘warm’ (na een gerichte waarneming op lijn naar toe lopen) of ‘koud’ (op goed geluk struinen door het gras) te vinden, dan verdient het aanbeveling om met een paar mensen op linie door het perceel te lopen. Nog beter is het om tussen twee personen een dik/zwaar touw van 20 tot 30 meter door het gras te slepen. In de meeste gevallen zal het wijfje dan van het nest vliegen en kan het nest worden gemarkeerd. Dat doet ze niet altijd, hou daar rekening mee!

 

Het nest beschermen

Heeft een vogel eieren (wat van eind maart tot begin juli het geval kan zijn!) dan moet een stuk van 100 x 100 meter rond het nest gespaard worden. Hoe kleiner het ongemaaid gras stuk rond het nest, hoe groter de kans op verstoring/predatie. Verreweg het beste is het perceel (voor de helft) ongemaaid te laten. Het beste kan daarna een stroomhek rond het ongemaaide vierkant worden gezet, teneinde predatie door grondpredatoren uit te sluiten (conform de werkwijze met b.v. grauwe en bruine kiekendieven in akkerbouwgebied). Zoek het nest daarna niet geregeld op, want daardoor ontstaat een spoor naar het nest wat de kans op predatie aanzienlijk vergroot! Sluit kort met de uilenringer wanneer het nest noodzakelijkerwijs bezocht moet worden. Dit kan zijn om te kijken of er jongen zijn, hoe oud deze zijn en/of om deze jongen te ringen.

Heeft het paar velduilen jongen, dan is de volgende vuistregel handig: Kleine jongen (7 tot 10 dagen oud) blijven in en vlakbij het nest. Grotere jongen zullen zich over een groter oppervlak verspreiden (anti-predatiegedrag). Jong 1 kan zomaar 100 meter van jong 2 enzovoort zitten. De kans dat het jong dan uitgemaaid wordt is groot. In deze fase kan er beter niet in de buurt van het nest gemaaid worden. Wordt er wel in de buurt gemaaid (op hetzelfde perceel of een naastliggend perceel) zorg  er dan voor dat er iemand tijdens het moment van maaien aanwezig is. Jongen kunnen in paniek in polderslootjes terecht komen of fladderend in prikkeldraad.

 

Contact Sovon


Centraal meldpunt voor broedgevallen: velduil@sovon.nl (coördinator Fryslân: Romke Kleefstra)

Auteurs: 

Romke Kleefstra

Jaar van uitgave: 

2020

Uitgever: 

Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen

Publicatiemedium: 

Speciale uitgave

Type speciale uitgave: 

Overig

Soortgroep: 

Broedvogels

Zeldzame broedvogels

Publicatietaal: 

Nederlands