Grauwe Ganzen in terreinen van It Fryske Gea in 2020

In het voorjaar van 2020 bracht Sovon de populaties en reproductie van Grauwe Ganzen in Fryske Geaterreinen in kaart. Dat lag in het verlengde van eenzelfde onderzoek in 2014-2016, waarbij de resultaten destijds werden gespiegeld aan diverse beheermaatregelen die tot doel hadden de populatiegroottes van de Grauwe Ganzen te beperken. It Fryske Gea wil de ontwikkelingen van Grauwe Ganzen in haar terreinen goed blijven volgen en dat leidde tot de volgende onderzoeksvragen:
1. Hoe groot zijn de broedpopulaties van Grauwe Ganzen per Fryske Gea-gebied en hoe ontwikkelen deze populaties zich?
2. Wat zijn de broedresultaten van de Grauwe Ganzen per gebied, met en/of zonder legselbeperkende maatregelen?


Om deze vragen te beantwoorden heeft Sovon twee tellingen in Fryske Gea-terreinen uitgevoerd, namelijk een parentelling in de tweede helft van maart en een telling van gezinnen en jongen in de eerste helft van juni 2020. Daarnaast werden in een paar terreinen nesten opgezocht om eieren te prikken en liet It Fryske Gea in een aantal gebieden (deels) de nesten tellen per drone.


De parentelling leverde een totaal van 5979 paren op. Kanttekening is dat in de Alde Feanen niet alle terreindelen konden worden onderzocht, waardoor een totaalschatting op ruim 6100 paren uitkomt.
Ten opzichte van 2016 is de grauwe ganzenpopulatie over alle gebieden bekeken met zo’n 1800 paar toegenomen (42%). Over de periode 2000-2015 lieten alle onderzochte terreinen gezamenlijk een jaarlijkse groei zien van 20%, overeenkomstig met de landelijke ontwikkeling. Sinds 2015 lijkt de groei af te vlakken en gaat het nog om een jaarlijkse groei van 11%.


In 2020 werden op veel beperktere schaal eieren geprikt dan in de jaren 2014-2016, deels door de coronacrisis, deels omdat in district Súd legselbeperkende maatregelen zijn beëindigd. De jongentelling in juni leverde in totaal 2509 jongen op. Kanttekening daarbij is dat dit aantal is berekend over een groter aantal gebieden dan in de eerdere jaren. Wanneer de extra getelde gebieden (langs de IJsselmeerkust) buiten beschouwing worden gelaten, betreft het aantal 2300 en dat komt overeen met de aantallen jongen 2015 en 2016.

Gemiddeld genomen over alle gebieden produceerden de ganzenparen 0,4 jong per paar en dat is het magerste resultaat van de vier onderzoeksjaren tot nu toe. In terreinen waar nog zoveel mogelijk eieren werden geprikt in 2020 (met name district Noard) werden gemiddeld de beste broedresultaten behaald; 0,7 jong per paar tegenover 0,4 in gebieden waar ganzen met rust werden gelaten. Dat komt overeen met de resultaten in de eerdere onderzoeksjaren.

Document: 

rap_2020-86_brv-schiermonnikoog-2020-zk.pdf

Rapportnummer: 

2020/85

Auteurs: 

Kleefstra R.

Jaar van uitgave: 

2020

Uitgever: 

Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen

Publicatiemedium: 

Rapport Sovon

Soortgroep: 

Broedvogels

Ganzen

Publicatietaal: 

Nederlands