Broedvogelinventarisatie Reve Abbert 2019

In 2019 is in opdracht van Staatsbosbeheer Reve-Abbert in Oostelijk Flevoland gekarteerd op broedvogels. Het gebied bestaat voor het overgrote deel uit bos en heeft een oppervlakte van 706 ha.
Bij het uitvoeren van het broedvogelonderzoek is de Basiskarteringsmethode toegepast. Daarbij zijn de meeste aanwezige soorten gekarteerd, met uitzondering van de acht meest algemene (Winterkoning, Merel, Roodborst, Tjiftjaf, Fitis, Koolmees, Pimpelmees en Vink).
In totaal zijn 61 soorten vastgesteld als broedvogel, waarvan er 53 zijn gekarteerd. Conform de Rode Lijst zijn vier soorten aangemerkt als “kwetsbaar” en negen soorten als “gevoelig”. Vanaf 1989 zijn soorten van struwelen en bosranden sterk in aantal afgenomen. Dit was een geleidelijk proces, dat alleen werd onderbroken door de winterstorm van 2008, waarbij openingen in het bos ontstonden. Soorten van ouder bos laten een geleidelijk steigende lijn zien, met uitzondering van de naaldhoutsoorten, die afnemen vanwege het afbrokkelende naaldhoutareaal.
Van de afname/verdwijningen van Zomertortel, Wielewaal, Houtsnip, Koekoek en Spreeuw is niet steeds duidelijk waar de oorzaak ligt, maar het vermoeden bestaat dat ook het veranderende cultuurland in de omgeving een rol speelt. De enige soort die op even onverklaarbare wijze toenam als de vorige soorten afnamen, is de Putter.

Document: 

rap_2019-41_reve-abbert-2019-zk.pdf

Rapportnummer: 

2019/41

Auteurs: 

Deuzeman S.

Jaar van uitgave: 

2019

Publicatiemedium: 

Rapport Sovon

Soortgroep: 

Broedvogels

Publicatietaal: 

Nederlands