Kolgans-familie. Foto: Kees Koffijberg

Mislukt broedseizoen voor de Kolgans

Tellingen in groepen overwinteraars wijzen op een aandeel jonge vogels van 7%: het op één na slechtste broedseizoen sinds 1961.

 

Op één na slechtste broedseizoen in meer dan 50 jaar

Grote aantallen Kolganzen arriveerden dit najaar niet alleen laat, ze brachten ook weinig jongen mee uit de Russische toendra. Tellingen in Friesland, langs de IJssel en in gebieden net over de grens in Duitsland komen voorlopig op 7% eerstejaars. Dat is het op één na slechtste broedseizoen sinds 1961, het jaar waarin de reeks jongentellingen door Jules Philippona werd opgestart. In de afgelopen jaren werden al eerder seizoenen met minder dan 10% eerstejaars vastgesteld, maar nog niet zó weinig. Veel families die succesvol waren hebben maar één jong. Meer dan 3 jongen is dit seizoen een zeldzaamheid. Maar gezien het lage aandeel jongen zullen de meeste paren helemaal niet succesvol geweest zijn. In sommige groepen zijn nauwelijks jonge vogels te vinden.

Bevestiging van lange termijn trend

Al sinds 1995 is een trend ingezet naar minder succesvolle families en een kleiner aandeel jonge vogels in de populatie. Dat onder overwinterende groepen Kolganzen weinig succesvolle families worden gezien is dus niet nieuw.Seizoenen met meer dan 20% eerstejaars zijn al sinds 2005 niet meer voorgekomen. Gemiddeld bedroeg het percentage jonge vogels in de voorgaande vijf jaren 13%. Een dergelijk percentage jongen zal waarschijnlijk niet voldoende zijn om de jaarlijkse sterfte door natuurlijke oorzaken en door jacht te compenseren.

Laat voorjaar

De meest voor de hand liggende oorzaak voor het mislukte broedseizoen is het late voorjaar in de arctische broedgebieden. Van Spitsbergen in het westen tot in Taimyr in West-Siberië kwam de zomer van 2017 pas heel laat op gang. Een Duitse expeditie op het eiland Kolguyev in de Russische Barentszzee berichtte begin augustus over jonge Kolganzen die vier weken achter waren in hun groei ten opzichte van 'normale' jaren. Een goede timing van broeden in de toendra steekt heel nauw. Door de late zomer zijn waarschijnlijk veel paren niet eens tot broeden overgegaan. Niet alleen Kolganzen kwamen met weinig jongen terug; ook bij Toendrarietgans en Rotgans zijn succesvolle families met een lampje te zoeken.

De gegevens zoals die hier worden gepresenteerd zijn mogelijk doordat bij ganzen (en zwanen) de families door de winter heen intact blijven en de jonge vogels heel goed van de volwassen vogels zijn te onderscheiden. Door heel precies met een telescoop groepen ganzen individueel op jonge en volwassen vogels te tellen krijg je dus een goed beeld van het broedsucces in de voorbije zomer, zonder dat je de moeilijke reis naar bijv. de Russische toendra hoeft te ondernemen. In Nederland beschikken we voor enkele soorten al sinds de jaren zestig over dergelijke tellingen. De huidige resultaten laten zien hoe waardevol dergelijke gegevensreeksen zijn. Het invoeren van leeftijden tijdens de watervogeltellingen is heel gemakkelijk en dus de moeite waard om vast te leggen.