Rouwkwikstaart. Foto: Martin van der Schalk

Rouwkwikstaart, een (soms lastige) voorjaarstrekker

Eind maart en begin april is verreweg de beste tijd van het jaar om een Rouwkwikstaart te zien. Het westen van het land, speciaal de kuststrook, en de Waddeneilanden bieden de beste kansen.

Dat was al langer bekend maar wordt gedetailleerd in beeld gebracht in een artikel in de laatste Sovon-Nieuws. Bovendien is het beeld niet statisch. Zo trekt de soort in recente jaren ongeveer een week later door dan een kwart eeuw geleden. Intrigerend, want de Britse vogels die ongetwijfeld de hoofdmoot uitmaken van de passanten bij ons, zijn in die periode eerder vroeger dan later gaan broeden. Of zien we vooral Schotse vogels (die misschien een andere timing hebben), gelet op enkele ringmeldingen?

Vooral doortrekker

Rouwkwikstaarten in het voorjaar zijn buiten de kustregio's vrij bijzonder, in de rest van het jaar zijn ze dat overal. Waarnemingen in de herfst (ook op ringstations) en winter zijn schaars. In de broedtijd is deze soort vrij zeldzaam, iets dat bevestigd wordt door de resultaten van landelijk onderzoek voor de Vogelatlas. Het gaat meestal om mengparen met Witte Kwikstaart.

Determinatie lastig

Mannetjes Rouwkwikstaart zijn niet lastig, vrouwtjes wel, en vogels met kenmerken tussen Witte en Rouwkwikstaart al helemaal. Daaraan wordt enige aandacht besteed op deze pagina.

Meer lezen

Het artikel over het voorkomen in ons land kun je hier bekijken.