Pimpelmees | Harvey van Diek

Nationale Tuinvogeltelling

Het weekend van zaterdag 28 en zondag 29 januari is het weer zo ver: de Nationale Tuinvogeltelling. Vogelbescherming roept heel Nederland op om tijdens het weekend een half uurtje de vogels in tuinen en balkonnen te tellen. Voor ons een mooi moment om het tellen van vogels onder de aandacht te brengen bij een breed publiek. 

Vorig jaar namen bijna 55.000 mensen deel aan de telling. Grote vraag dit jaar is hoeveel kool- en pimpelmezen er geteld worden. De afgelopen maanden kwamen veel meldingen binnen van mensen dat er weinig mezen in de tuinen zaten.

Meedoen Tuinvogeltelling

Meedoen met de Nationale Tuinvogeltelling is simpel: een half uurtje lang hou je bij welke vogels in je tuin zitten. Deze kun je vervolgens doorgeven via de Tuinvogeltelling-site of de gratis app Tuinvogels. Of via de Jaarrond Tuintelling, waar je het gehele jaar door soorten kunt doorgeven.

Waar zijn de mezen?

De top 3 bestond vorig jaar uit huismus, koolmees en merel. De pimpelmees eindigde toen op de 4e plek. De vraag is of we dit jaar opnieuw zoveel kool- en pimpelmezen gaan zien. Veel mensen melden dat er weinig mezen in de tuinen zijn. In de Jaarrond Tuintelling worden er circa 0,5 minder kool- en pimpelmezen per tuin gezien ten opzichte van 2015/2016. 

Waar komt dit door? Er zijn verschillende oorzaken mogelijk. Bijvoorbeeld het mastjaar; in de bossen zijn veel beukennootjes te vinden, een belangrijk onderdeel van de voeding van mezen. Daarnaast hebben de mezen door het koude voorjaar een slecht broedseizoen gehad. Er zijn weinig jongen uitgevlogen.

Nultellingen

Uiteraard zijn ook nultellingen van belang. Dus ook als je geen soorten ziet in het half uurtje dat je telt, is het waardevol om je telling op te slaan.