Kieviten. Foto: Oscar en Jolanda Balm

Kieviten in nazomer en herfst, waar zitten ze?

Kieviten kregen dit jaar meer aandacht dan anders. Daar is alle reden toe, met een gestaag duikelende broedpopulatie. Buiten het broedseizoen weten we minder goed hoe het met deze steltloper gaat.

Sinds 1996 worden periodiek integrale landelijke tellingen georganiseerd, samenvallend met de goudplevierentelling. Het hoge aantal van de eerste telling, oktober 1996 met bijna een miljoen Kieviten, is daarna nooit meer gehaald. Maandelijkse tellingen voor het watervogelmeetnet geven aan dat Kieviten tot midden jaren negentig talrijker werden. Daarna trad een kentering op, met een sterke afname in bijv. het rivierengebied. Er lijkt een verschuiving te zijn opgetreden van het binnenland naar het Deltagebied en het wad. Lees meer hierover in dit artikel.

En in de nazomer?

De integrale tellingen beperken zich tot oktober-november, de monitoringtellingen vinden voornamelijk in belangrijke wetlands plaats en starten meestal pas in september. Maar hoe zit het met de zomergroepen en met het open boerenland? Om die vraag te beantwoorden, vragen Sovon en Waarneming.nl aan waarnemers op de volgende zaken te letten:

  • Tel tot 15 november alle groepen met minimaal 50 Kieviten
  • Voer de locatie zo exact mogelijk in op Waarneming.nl (verplaats bij gebruik van Obsmapp de pointer naar de juiste positie!)
  • Noteer de groepen alleen als ze ter plaatse zijn.
  • Vul het biotoop in, bijvoorbeeld: ‘Graslanden’ of ‘Maisakkers’.

Op deze interactieve kaart zie je waar de groepen in Nederland gezien worden.

Jonge vogels onderscheiden

Met wat geduld en een goede telescoop zijn jonge Kieviten tot aan de winter te onderscheiden van oude vogels. Ze hebben een korte kuif en lichte veerzomen op de rug, waardoor een geschubd uiterlijk ontstaat. Vogels in beginnend winterkleed hebben ook lichte veerzomen, maar minder uitgebreid (kijk nog eens in de ANWB-gids of bij de foto's hier). Maak indien mogelijk foto’s om het thuis nog eens na te kijken. En voer per groep in hoeveel vogels duidelijk adult of juveniel waren, naast het aantal dat niet gecontroleerd is.

Let op geringde Kieviten!

Dit voorjaar zijn ruim 500 kievitkuikens met blauwe vlagringetjes geringd en is er een aantal RAS-projecten uitgevoerd waarbij adulten zijn geringd. De kans op het ontdekken van zo’n dier is niet zo groot, maar een aflezing levert wel erg waardevolle gegevens op. Let daarom tijdens het tellen extra op geringde exemplaren. Als je deze invoert als “(kleurring)dragend” en vervolgens bij CR-birding het juiste project opzoekt en het dier meldt, dan lever je een waardevolle bijdrage aan het overlevingsonderzoek