De markante kop van een Roek is rondom Arnhem minder vaak te zien. Foto: Ran Schols

Afname Roek: een regionale analyse

In de laatste decennia van de 20e eeuw maakte de Roek als broedvogel een sterke aantalstoename door. Logisch, vonden we, want het was herstel na een dieptepunt rond 1970, veroorzaakt door ondoordacht gebruik van landbouwgif en intensieve vervolging. De aantallen stegen tot rond de eeuwwisseling.

Daarna namen ze landelijk echter met ongeveer eenderde af (zie Aantalsontwikkelinig op soortpagina). In sommige regio's nog erger, zoals in het Hart van Gelderland rondom Arnhem. Het aantal van ca. 2000 broedparen in 2015 betekent een terugval tot het niveau van rond 1980. Wat een verschil met de 6600 paren tijdens de piek in 1996!

Regionale analyse

Rob Lensink en Joost van Bruggen analyseerden de aantalsontwikkeling. Ze kwamen tot de conclusie dat fors afschot, sinds 1998, grotendeels verantwoordelijk moet zijn voor de misère. Droge voorjaren (bodemdieren onbereikbaar) voegen daar nog wat aan toe.

Kleinere kolonies

Het aantal kolonies is licht afgenomen. Opvallender is de daling van het aantal nesten per kolonie: Roeken broeden steeds vaker in kleine kolonies. Een factor van betekenis kan hierbij de onrust zijn die lokaal wordt veroorzaakt door vestigingen van Havik of Buizerd in of bij kolonies.

De publicatie is hier te lezen.