15 jonge Koolmezen in een nestkast. Foto: Bert Noorman

Jaarverslag NESTKAST 2015

In 2015 onderzochten ca. 125 nestkastcontroleurs/werkgroepen in totaal bijna 17.000 nestkasten. De resultaten zijn gebundeld in het jaarverslag 2015 van NESTKAST, het NEtwerk voor STudies aan nestKASTbroeders.

Hierin werken vrijwilligers en professionals samen. Ze richten zich speciaal op kleine zangvogels, naast enkele soorten waarvoor geen landelijke werkgroep voor gegevensverzameling bestaat, zoals Bosuilen. Jaarverslag 2015, 42 pagina's dik, is het zevende landelijke verslag.

Late start, maar niet voor alle soorten

Het voorjaar van 2015 was aan de koele kant. Een heel verschil met een jaar eerder, toen het recordwarm was. Verschillende vogelsoorten begonnen in 2015 dan ook een stuk later met de eileg, waaronder Koolmees, Pimpelmees, Ringmus en Bonte Vliegenvanger. Andere soorten, daarentegen, begonnen op een normaal tijdstip, zoals Zwarte Mees, Bosuil en Gekraagde Roodstaart. De Spreeuw was zelfs aan de vroege kant.

Redelijk nestsucces

Het nestsucces, uitgedrukt als het aandeel nesten dat tenminste één uitvliegend jong oplevert, was voor de meeste soorten gemiddeld. Bosuil en Ringmus presteerden iets beter dan normaal en Pimpelmees, Gekraagde Roodstaart en Holenduif juist wat minder. Enkele soorten kenden opvallend kleine legsels, iets waarover in een bericht op Naturetoday meer gemeld wordt.

Opmerkelijke zaken

Een apart hoofdstuk is gewijd aan meer anekdotische berichten. Zo valt er te lezen over jonge Koolmezen die in pinda's stikten, Boomklevers die een bosuilenkast verbouwden en nestkastjesgekte in Scandinavië.

Meer lezen

Het jaarverslag is hier te downloaden.