Op naar de volgende voedersessie | Foto: Harvey van Diek

Koud voorjaar eist zijn tol aan mezennesten

Het broedseizoen van 2021 is nog niet voorbij, maar toch beginnen we van een aantal soorten al wat indrukken te krijgen. Zo lijkt het erop dat de broedresultaten van mezen flink te lijden hebben onder de uitzonderlijke weersomstandigheden van dit jaar. Andere soorten hebben daar mogelijk juist profijt van.

Uitstel

Koolmees en Pimpelmees zijn voor een goed broedseizoen afhankelijk van voldoende rupsen, en die rupsen verschijnen pas als de bomen in blad komen. Het is echter vrijwel het hele voorjaar ongewoon koud geweest (althans, tegenwoordig is dat ongewoon), waardoor de bomen uitzonderlijk laat uitlopen. Rupsen die er al wél vroeger bij waren bleven meestal ondermaats en zijn veelal weggespoeld of weggewaaid in het onstuimige weer van dit voorjaar. De rupsenpiek valt daardoor veel later dan normaal en de mezen proberen zich hierop aan te passen. Er komen uit vrijwel het hele land berichten binnen dat de mezen het broeden zoveel mogelijk proberen uit te stellen, door pauzes in te lassen tussen het leggen van de eieren en vóór de start van het bebroeden. Hierdoor slagen de mezen erin om het uitkomen van de kuikens wat uit te stellen. Maar dat laat onverlet dat er toch veel kuikens zijn uitgekomen vóór de voedselpiek.

Mislukkingen

Het gevolg is dat veel van de vroege nesten (deels) mislukken. De ouders kunnen niet genoeg voedsel vinden voor hun kuikens, waardoor die verhongeren. We horen berichten uit het veld van nestkastcontroleurs die nesten aantreffen waarin alle jongen zijn gestorven, groeiachterstand hebben of waarvan nog slechts één of twee jongen uitvliegen. De later gestarte nesten lijken het beter te doen. Een markant verschil met andere jaren, waarin de vroege nesten het juist relatief beter doen, omdat het voorjaar over het algemeen juist steeds vroeger van start gaat. Ook de Boomklever, die vaak zelfs nog wat vroeger van start gaat met broeden dan de mezen, heeft het dit jaar moeilijk.

'Elk nadeel hep se voordeel'

Is het nu dan allemaal kommer en kwel? Voor de mezen en Boomklevers dit jaar misschien wel, maar andere soorten lijken hier juist van te profiteren. Bonte Vliegenvanger en Gekraagde Roodstaart hebben tijdens hun broedseizoen doorgaans veel last van concurrentie om nestplaatsen met mezen. Zij hebben vrij spel nu het met de mezen minder goed gaat. Nestkastcontroleurs vinden veel nesten van de Bonte Vliegenvanger en Gekraagde Roodstaart die bovenop een verlaten mezennest zijn gebouwd. Deze soorten hebben ook minder last van het late voorjaar: beide komen pas in april aan uit Afrika en hun broedseizoen valt altijd later dan dat van de mezen. Het ziet er naar uit dat het voor deze Afrikatrekkers juist een goed jaar wordt.

Gegevens van Meetnet Nestkaart

De meeste nestkaarten van nestkastbroeders als Koolmees en Bonte vliegenvanger komen pas na het broedseizoen bij ons binnen, dus het is nog even afwachten voordat we aan de slag kunnen met de analyses. Mocht je zelf nest(kast)en gecontroleerd hebben, stuur dan je resultaten in bij Meetnet Nestkaart. Dan kunnen we dit bijzondere voorjaar nóg beter in kaart brengen. Het ziet er hoe dan ook naar uit dat dit een uniek voorjaar wordt, met winnaars én verliezers.

Veel dank aan Leo Ballering (Vogelwacht Uden en NESTKAST, het landelijk NEtwerk voor STudies aan nestKASTbroeders) voor het verzamelen van berichten uit het veld en het toelichten van dit broedseizoen voor dit artikel.