Purperreiger landt in de kolonie | Foto: Harvey van Diek

Hoe ging het de kolonievogels in Zuid-Holland Noord in 2020?

Inmiddels zitten we alweer in de mei en zijn de meeste kolonies over het afgelopen jaar ontvangen. Inmiddels verschijnen de eerste tellingen van Aalscholvers, Blauwe Reigers en Roeken alweer. Hoog tijd om terug te kijken op het afgelopen jaar 2020. In dit overzicht niet alleen aantallen, maar ook verspreidingskaarten van kolonies die al worden geteld. Indien jullie nieuwe kolonies weten, wordt het gewaardeerd wanneer deze worden doorgegeven; nog beter natuurlijk wanneer deze geteld worden.

Door: Hans van Gasteren, districtscoördinator Zuid-Holland-noord

 

Aalscholver

De Aalscholver doet het goed in onze provincie. In 20 kolonies werden in 2020 totaal 2580 nesten gevonden. De belangrijkste kolonies liggen in de duinen van Meijendel (o.a. kavel 1: 324); Solleveld (322) en Ackerdijkse plassen (335).

Figuur 1. Het aantal nesten van Aalscholvers in Zuid-Holland noord van 2000-2020.
 
Figuur 2. Blauwe Reiger kolonies in Zuid-Holland noord die zijn geteld in 2020.

 

Blauwe Reiger

Een andere vroege soort is de Blauwe Reiger, waarvoor onze provincie een van de belangrijkste regio’s is. In totaal gaat het inmiddels om 80 kolonies, welke ook bijna allemaal jaarlijks worden geteld. Daarbij gaat het jaarlijks om ongeveer 1600 nesten. Alleen de kolonie in Groot-Ammers komt nog boven de 100 nesten uit (138 in 2020); andere grote kolonies zijn die in het Zuiderpark, Den Haag (94) en het Loetbos (80). Kolonies waarvan een jaar ontbreken zijn ingeschat, waardoor een mooi overzicht over de laatste 20 jaar ontstaat. Sinds 2008 nemen de aantallen af, met een dieptepunt in 2013. De Zuid-Hollandse populatie is wat uit het dal gekropen, waarbij 2020 het beste jaar sinds het dal is geworden. Op het onderstaande kaartje zijn de bekende kolonies die op dit moment worden geteld weergegeven. De kolonies zijn mooi verspreid door de hele provincie.

Figuur 2. Het aantal nesten van Blauwe reigers in Zuid-Holland noord van 2000-2020.

 

Huiszwaluw

In onze provincie worden 142 kolonies bijna jaarlijks geteld. In 2020 kwam het totaal uit op 3093 nesten. Een afname ten opzichte van 2019. Om een betrouwbare reeks over de afgelopen 20 jaar weer te geven zijn lange telreeksen waar een paar jaar ontbraken geschat en kolonies die deels zijn geteld zijn uit onderstaande grafiek verwijderd. Hoewel de achteruitgang in 2020 reëel lijkt voor de Zuid-Holland, is er sinds de eeuwwisseling een gestage toename te zien van 2-3% per jaar; dit beeld zien we ook op landelijke schaal. Wanneer de kolonies of centra van kolonies op een kaart geplot wordt, valt op dat de Huiszwaluw inmiddels ook uit de grote en middelgrote steden van Zuid-Holland zijn verdwenen. Huiszwaluwen komen op dit moment nog wel voor in de kleinere dorpen en lintdorpen. Dit fenomeen is al jaren aan de gang en in heel Nederland merkbaar. Voor Gouda is mij in ieder geval bekend dat de stad inmiddels geheel is volgebouwd en er geen geschikte plekken meer voorhanden zijn om nestmateriaal te vinden.

 

Figuur 4. Het aantal nesten van Huiszwaluwen in Zuid-Holland noord van 2000-2020, indien lange reeksen voorhanden waren. Ontbrekende jaren zijn geschat, korte reeksen zijn verwijderd.

 

Figuur 5. Huiszwaluw kolonies in Zuid-Holland noord die zijn geteld in 2020. Opvallend is het ontbreken van kolonies uit de grotere steden. Zijn ze daar inmiddels allemaal verdwenen?

 

Meeuwen

In onze provincie zijn Stormmeeuw, Kokmeeuw, Zwartkopmeeuw, Kleine Mantelmeeuw en Zilvermeeuw als kolonievogel bekend. Helaas broeden drie van de vijf soorten veelal op daken en worden daardoor bijna niet geteld. Een volledig overzicht van Stormmeeuw, Kleine Mantelmeeuw en Zilvermeeuw is daarom niet te geven.

We zijn overigens wel naarstig op zoek naar mensen die het leuk vinden om, bijvoorbeeld met een eigen drone, een dakkolonie te tellen. We willen hier vanuit Sovon ook wat meer aandacht voor geven omdat het idee leeft dat deze meeuwen steeds vaker de steden in trekken om te broeden. Wat dat betreft het tegenovergestelde van wat de Huiszwaluw laat zien.

In toenemende mate worden kolonies op daken en op onmogelijke locaties door middels van een drone geteld. Dat heeft met de juiste benadering van de drone in de richting van de kolonie ook weinig verstorende effecten. Zolang als je maar van grotere afstand en op 20-30 meter hoogte boven de nesten blijft vliegen. Als het kan natuurlijk nog hoger maar dat ligt aan de kwaliteit van de aanwezige camera. Stijg je op langs de muur van het gebouw dan is de paniek groot.

We horen het graag als je weet van één of meerdere dakkolonies en je die met jouw drone wilt tellen. Bij interesse kan je een mail sturen naar .

De enige meeuwensoorten die wel netjes kunnen worden geteld zijn de Kokmeeuw en Zwartkopmeeuw.  Dit zijn dan ook geen echte dakenbroeders. Verreweg de grootste kokmeeuwkolonie bevindt zich al heel lang in de Nieuwkoopse Plassen. Dankzij…. dronetellingen… wisten de tellers er het afgelopen jaar ruim 4900 nesten te tellen. Alle andere kokmeeuwkolonies vallen hierbij in het niet. Noemenswaardig zijn alleen de aantallen van de Reeuwijkse Plassen met ruim 700 paar. Een overzicht van de kokmeeuwnkolonies is in onderstaand kaartje te zien. Zwartkopmeeuwen broeden in de Nieuwkoopse Plassen (200 nesten). Daarbuiten gaat het om losse paartjes bij de Reeuwijkse Plassen (3) en Helofytenfilter Den Hoek, Lekkerkerk (2).

Figuur 6. Kokmeeuwenkolonies in Zuid-Holland noord die zijn geteld in 2020.

Lepelaar

Inmiddels is de provincie Zuid-Holland noord negen Lepelaarkolonies rijk, met in 2020 in totaal 85 broedpaar (tien minder dan in 2019). De eerste kolonie ontstond in 2008 (De Pot, Noorden), in 2011 volgde de Zevenhuizerplas, in 2012 park Cronesteyn, Leiden en Geerplas, Langeraar en 2013 Heempark, Delft. Elke 1-2 jaar komt er weer een nieuwe locatie bij.

 

Figuur 7. Het aantal nesten van Lepelaars in Zuid-Holland noord van 2000-2020.

 

Purperreiger

Zes actieve purperreigerkolonies zijn bekend in onze provincie, waaronder de grootste kolonies van Nederland. Met 545 nesten is de populatie nu vijf jaar min of meer stabiel, zie onderstaande figuur. Drie kolonies spannen de kroon: Nieuwkoopse plassen (180), Zouweboezem (135) en Hoge Boezem, Kinderdijk (167) en jaarlijks is het altijd weer de vraag wie zich de ‘grootste van Nederland’ mag noemen.

Figuur 8. Het aantal nesten van Purperreigers in Zuid-Holland noord van 2000-2020.

 

Roek

Het gaat beter met de Roek in onze provincie, dit in tegenstelling tot de populaties op de hogere zandgronden waar de soort, veelal door verstoring, achteruit gaat. De groei komt vooral, maar zeker niet alleen, door de kolonie Maassluit-oost (inmiddels 126 nesten). Andere kolonies met minimaal 50 nesten zijn Transportcentrum Westland, Maasland (62 nesten) en knooppunt Gorinchem (85 nesten). De laatste vier jaar ligt het aantal rond de 600 nesten. Op een Nederlandse populatie van circa 50.000 is dit amper 1%. Bij de verspreiding binnen onze provincie, ligt de nadruk heel sterk op het zuidelijk deel, zie het kaartje hieronder.

 

Figuur 9. Roekenkolonies in Zuid-Holland noord die geteld zijn in 2020.

Zwarte stern

Tot slot een oproep om de zwarte sternkolonies weer door te geven. Jan van de Winden coördineert deze tellingen, maar over 2020 zijn vrijwel geen gegevens ontvangen. Mochten er toch tellingen voorhanden zijn, dan wordt een mailtje naar de districtscoördinator van Zuid-Holland noord heel erg gewaardeerd.