Slaapplaats trek van ganzen | Foto: Albert de Jong

Slaapplaatsen van ganzen en zwanen in de Biesbosch weer geteld

Samen tellen is leuker. Dat klinkt misschien vreemd in coronatijd, maar hieronder volgt de uitleg. Op zaterdag 23 januari telden vogelaars van de Vogelwerkgroep Biesbosch en vogelwacht Alblasserwaard gezamenlijk de slapende ganzen zwanen in het gebied. In de ochtendschemer, in tweetallen en met elkaar overleggend via de groepswhatsapp.

Omdat de Biesbosch groot is en veel ondiep water heeft, komen ganzen er graag slapen. De aantallen variëren tussen de 40- en 100.000. De vogels verblijven erg verspreid door het gebied en op onoverzichtelijke plekken. Daarom werd 9 jaar geleden besloten om deze slaapplaatsen te tellen door een vangnet van vogelaars om het gebied te vormen en alle vertrekkende ganzen te tellen.

Komen en gaan

Die aanpak werkt voor dit gebied goed en levert waardevolle gegevens op. De algemeenste gans is de Kolgans, die in januari steevast met meer dan 20.000 vogels komt slapen. In januari 2017 ging het zelfs om ruim 88.000 exemplaren. Ook grauwe ganzen zijn talrijk, met gemiddeld zo’n 6.000 vogels in januari. Na 9 seizoenen tellen wordt niet alleen zichtbaar hoe groot de aantallen vaak zijn, maar ook worden ontwikkelingen zichtbaar. De Kleine Zwaan wordt bijvoorbeeld steeds schaarser en dat komt natuurlijk overeen met de landelijke ontwikkeling. De tellers die de afgelopen keer meededen zagen er in totaal 136, terwijl dat er in de uitzonderlijke (en koude) januari 2013 nog 1507 waren.

Leuke bijvangsten

De slaapplaatstelling levert ook altijd leuke bijvangsten op. In november werden bijvoorbeeld nog een huiszwaluw en boerenzwaluwen gezien! Zeearenden zijn vaste prik geworden. Bij de januari-telling zagen tellers vanaf Drimmelen een slaapplaats van zes Blauwe Kiekendieven leegvliegen. Je staat nooit voor niets!

Foto’s: tellers vanaf de noordkant bij Hardinxveld-Giessendam, vanuit ganzenperspectief. Dronebeeld Richard Slagboom