Nestkaarten

Het Meetnet Nestkaarten is gestart in 1995 als belangrijke aanvulling op de broedvogelmonitoring. Aantalsveranderingen van broedvogels zijn vaak voor een deel te verklaren met gegevens over het broedsucces van die soorten.

Doel
Basale broedbiologische data bijeenbrengen om veranderingen in broedsucces en legbegin van vogelsoorten te volgen, en factoren bepaald kunnen worden die hierop van invloed zijn.

Welke soorten? 

Van alle soorten zijn nestkaarten welkom, inclusief vogels in de eigen tuin en in nestkasten. Om de inspanningen enigszins te sturen zijn 43 soorten geselecteerd waarvan nestkaarten in het bijzonder gewenst zijn.

Prioritaire soorten »

Contact vooraf met één van de coördinators is noodzakelijk als de waarnemer zich wil richten op:

  • (ernstig) bedreigde soorten van de Rode Lijst Vogels 2016
  • soorten waarvan de doelen in Natura-2000 gebieden  geformuleerd zijn
  • soorten die erg verstoringsgevoelig zijn

Zorgvuldig handelen
Het verstoren van nesten valt onder de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. In beginsel is hiervoor een ontheffing nodig, die door de provincies aan Sovon wordt verleend. Een door het Vogeltrekstation verstrekte ringvergunning volstaat ook.

Werkwijze
Nestkaarten zijn welkom van ieder nest dat tenminste 3x wordt bezocht in de actieve fase. Bij nestvlieders is dit de periode tussen eileg en uitkomen (of mislukking), bij nestblijvers de periode tussen eileg en uitvliegen (of mislukking). ENsten van kleine zangvogels die in holen en nestkasten broeden, controleer je het liefst wekelijks.

  • Sovon verstrekt een kopie van de ontheffing en een registratieformulier op aanvraag (altijd meenemen!)
  • Waarnemer wordt geacht de de regels omtrent zorgvuldig handelen, ook wel aangeduid als de "gedragscode nestonderzoek" uit de handleiding te kennen om zorgvuldig te handelen en onnodige verstoring te voorkomen
  • Grootste omzichtigheid bij onderzoek is noodzakelijk
  • Zorg voor toestemming van de terreineigenaar
  • Gegevens omtrent nest (aantal eieren of jongen, stadium) per bezoek noteren
  • Bij zangvogels is een interval van een week tussen twee bezoeken voldoende, bij grotere soorten 10-14 dagen
  • Extra voorzichtig bij grotere soorten van open landschappen (weidevogels), moerasvogels (geen loopspoor in de vegetatie) en kolonievogels
  • Nacontrole van het nest is belangrijk om de uitkomst van de broedpoging vast te stellen
  • Geef ook gegevens van mislukte nesten consequent door
  • Attent zijn op broedsels buiten de gebruikelijke periode (bij veel soorten april-juni)

Doorgeven
Informatie over nesten kan op drie verschillende manieren worden doorgegeven.

Handleiding
In de handleiding wordt ingegaan op de techniek van het nesten zoeken en het vermijden van verstoring. Neem deze informatie s.v.p. goed door. Veel nuttige tips zijn ook te vinden in: A Field Guide to Monitoring Nests (J. Ferguson-Lees, R. Castell, D. Leech 2011, BTO).

Resultaten
Impressies en tips voor onderzoek verschijnen in de digitale nieuwsbrief. Analyses van verzamelde gegevens worden gepubliceerd in het jaarlijkse rapport over de broedvogelmonitoring. Waarnemers die informatie over nesten hebben doorgegeven (digitaal of op papier) kunnen hun gegevens via onze website analyseren. Het is onder andere mogelijk om nestsucces en legbegin te berekenen en om eigen doorgegeven resultaten te bekijken.

Meedoen

Iedereen kan meedoen die voldoende soortenkennis heeft en bereid is om voorzichtig (volgens aanwijzingen in de handleidjng en op de website) te werk te gaan. Nieuwe deelnemers vragen wij om een registratiebewijs en een kopie van de ontheffing Wet Natuurbescherming aan te vragen via dit formulier.