Vogelmonitoring in 2016

Om de kennis omtrent de Nederlandse vogels op peil te houden, is een periodieke krachttoer nodig. Minstens eens per twintig jaar willen we een landdekkend overzicht van alle vogelsoorten realiseren. Daarnaast houden we door ‘oneindig’ doorlopende meetnetten een permanente vinger aan de pols.

Om dit te voor elkaar te krijgen, zijn verschillende landelijke en regionale vogelmeetnetten in het leven geroepen. De uitdaging is om die meetnetten aantrekkelijk te maken en te houden voor de achterban, die voornamelijk uit vrijwilligers bestaat. Ze moeten de inzet van hun vrije tijd ervaren als een plezierige en nuttige besteding, niet als een zwaar offer. Een tweede uitdaging is om de resultaten van de telprojecten goed te analyseren en ook te communiceren, zowel naar de achterban als naar opdrachtgevers of andere geïnteresseerden. 

Een kort overzicht van monitoringactiviteiten in 2016:

Vogelmonitoring

Een belangrijke uitbreiding van onze landelijke meetnetten in 2016 betreft de beleidsmonitoring in het kader van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Het gaat om een selectie van broedvogels, watervogels en wintervogels van het boerenland. Hierbij wordt voortgeborduurd op de landelijke meetnetten van het Netwerk Ecologische Monitoring, en het daarbij opgebouwde netwerk van vrijwillige vogeltellers. De beleidsmonitoring richt zich op een vergelijking van de aantalsontwikkeling in gebieden met en zonder beheerovereenkomsten. Hiervoor gaan we op zoek naar aanvullende meetpunten om regionale hiaten te vullen, o.a. in Gelderland, Limburg, Overijssel, Utrecht en Zeeland. Daartoe wordt ook geïnvesteerd in werving en opleiding van nieuwe tellers. Daarom zijn interactieve instructievideo’s ontwikkeld, is het cursusaanbod aangepast en zijn lezingen en cursussen bij vogelwerkgroepen gegeven. Het aantal relevante steekproefgebieden voor broedvogels in boerenland is in het eerste jaar al met 185 toegenomen.

PTT

Voortvloeiend uit het ANLb wordt het oudste monitoringproject van Sovon, het sinds 1978 lopende Punt-Transect-Tellingen-project voor wintervogels (PTT), voor het eerst sinds jaren weer (deels) extern gefinancierd. Via een gerichte belactie onder deelnemers aan het afgesloten atlasproject zijn 40 nieuwe routes vergeven. In december 2016 werd zodoende een recordaantal van 554 PTT-routes geteld.

Avimap-app

Een belangrijke innovatie was het beschikbaar komen van de nieuwe mobiele applicatie op maat voor de invoer van telgegevens tijdens veldbezoeken, Avimap. De introductie verliep zeer succesvol. In de periode maart t/m juni 2016 werd voor het Broedvogel Monitoring Project (BMP) een derde deel via Avimap doorgegeven; over heel 2016 was dat aandeel bijna een kwart. Bij het PTT ging het ook om een kwart van de registraties via Avimap. Komende jaren zullen ook de andere meetnetten van Sovon aan Avimap worden toegevoegd, te beginnen bij het Meetnet Urbane Soorten (MUS), Meetnet Agrarische Soorten (MAS) en het meetnet Watervogels in 2017. De beschikbaarheid van de app blijkt voor velen een belangrijke reden om aan de vogeltellingen mee te gaan doen. Het bespaart immers veel uitwerktijd.

Telgebieden

Er zijn weer volop contacten gelegd met vogelaars en vogelwerkgroepen, met name om slecht bemonsterde regio’s en Natura 2000-gebieden extra onder de aandacht te brengen. Bij de broedvogels is in 2016 speciale nadruk gelegd op nachtactieve soorten als Porseleinhoen en Roerdomp, via de ‘Nacht van de Rallen’. Dit leverde vele tientallen telgebieden op, waarvan een substantieel deel in Natura 2000-gebieden ligt.

Beheerderswensen

Op verschillende niveaus is overleg gevoerd met terreinbeherende organisaties, met name met lokale beheerders en ‘boswachters monitoring’. Het doel daarbij was om monitoringwensen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

MUS

Het speciale meetnet voor bebouwde omgeving MUS beleefde in 2016 zijn tiende jaar. Het aantal telgebieden lijkt recent te stabiliseren op ruim 600. Voor het tijdschrift De Levende Natuur schreven we een jubileum-artikel over de trends van stadsvogels. Een geheel vernieuwde online MUS-cursus staat inmiddels in de steigers.

MAS

De resultaten van het speciale meetnet voor agrarisch gebied MAS  zijn in 2016 geïntegreerd in de landelijke indexberekeningen. Dit levert voor soorten van open akkerland veel robuustere, maar overigens niet wezenlijk andere, trends op.

Slaapplaatsen

Voor het Meetnet Slaapplaatsen is samen met het CBS een rekenprocedure ontwikkeld, zodat voor het eerst aantalstotalen zijn berekend voor Natura 2000-gebieden in de periode 2007/08-2015/16.

Vogelatlas

Bij de opstart van de nieuwe Vogelatlas, eind 2012, was het onze ambitie om Nederland in drie broedseizoenen en drie winters volledig te tellen, en de atlas op de Landelijke dag van 2017 te presenteren. Na de broedseizoenen van 2013 tot en met 2015 was 85% van Nederland goed geteld, dat wil zeggen volgens het telprotocol. Voor de winters van 2012/13 tot en met 2014/15 was dat dekkingspercentage 95%. Onze ambitie was een 100% teldekking zodat besloten werd om een vierde veldseizoen te organiseren in de winter 2015/16 en het broedseizoen van 2016. Dit extra veldjaar was succesvol. Medio 2016 waren nagenoeg alle 1681 Nederlandse atlasblokken voldoende op broedvogels en wintervogels onderzocht. Een formidabele presentatie waar enkele duizenden vogelaars in vier jaar tijd 150.000 veld- en uitwerkuren in geïnvesteerd hebben; een bijna niet te bevatten tijdsinvestering! De regionale coördinatoren (Atlas-DC’s) hebben hard aan de validatie van de atlasgegevens gewerkt. De controle werd op 1 oktober 2016 afgerond met een landelijk databestand met miljoenen records. Naast de systematische gegevens is gebruik gemaakt van losse meldingen die Waarneming.nl voor dit doel beschikbaar heeft gesteld. Een waardevolle bijdrage om tot een volledig overzicht te komen.

In september is de vervolgfase van start gegaan: de analyse van het materiaal en voorbereidingen  om te komen tot een boek en website. Telresultaten werden omgezet in kaarten, deels met inzet van de laatste kennis over ruimtelijke statistiek. Het gaat om deels gemodelleerde  verspreidingskaarten en kaarten die inzichtelijk maken in hoeverre een soort in een regio is toe- of afgenomen. De kaarten behoeven in 2017 nadere bijschaving maar zijn voldoende bevonden om aan de slag te gaan met het schrijven van de soortteksten. In het najaar is daartoe een groot aantal specialisten benaderd en in december was voor bijna alle 300 vogelsoorten een auteur gevonden. In het najaar is ook gestart met de evaluatie van het veldwerk, in welk kader honderden waarnemers een enquête hebben ingevuld. De uitkomsten worden in 2017 geanalyseerd.

 

Boomklever, verschil tussen 1998−2000 en 2013−2015Boomklever, aanwezigheid per km-hok 2013-2015