Veelgestelde vragen - Usutu

Merels, Huismussen en uilen (Laplanduil) zijn vatbaar voor het virus. Mogelijk zijn ook Spreeuwen en IJsvogels vatbaar.  

 

Je kunt helaas niets  doen om de merels te beschermen of besmetting van de merels te voorkomen.

 

In Duitsland zijn door het virus in 2012 meer dan 300.000 vogels overleden. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. Sindsdien waart het virus nog steeds rond in Europa en de laatste jaren ook in Nordrhein-Westfalen, de Duitse deelstaat die aan Nederland grenst. Het was dus wachten tot het virus in Nederland zou opduiken.

Wat dit voor gevolgen heeft voor de Nederlandse populatie Merels weten we nog niet. We volgen de aantallen nauwlettend via verschillende meetsystemen. Naast het doorgeven van dode vogels, is het ook belangrijk om bij te houden hoeveel levende Merels er rondvliegen. Via projecten als de Jaarrond Tuintelling kun je meehelpen om de stand in kaart te brengen

Niet alle Merels zijn doodgegaan aan het virus. Sommige zijn bijvoorbeeld tegen het raam gevlogen, of zijn gewoon overleden omdat ze oud waren. Het onderzoeken van vogels kost veel geld. Daarom gebeurt dit steekproefsgewijs of als er een specifieke aanleiding voor is. Echter, het is wel heel belangrijk om bij te houden hoeveel Merels er doodgaan en waar. Dus graag doorgeven. 

Merels zijn in de nazomer en het vroege najaar in de rui. Dat betekent dat hun verenkleed er wat slordig uitziet. Dat wil niet zeggen dat ze ziek zijn.

Merels die mogelijk het virus bij zich dragen gedragen zich apatisch, zijn erg makkelijk te benaderen en vliegen niet of erg onbeholpen weg. Ze zijn ook vermagerd, hoewel dat niet altijd zichtbaar is. Het ziekteverloop duurt 2-3 dagen. Je kunt de Merel helaas niet helpen

Het is zeer uitzonderlijk dat mensen besmet raken. Het virus wordt door steekmuggen, voornamelijk uit het geslacht Culex, overgedragen. In Europa zijn tot nu toe vijf patiënten met het Usutu-virus bekend, ondanks grootschalige uitbraken bij vogels. Bij drie van deze patiënten was het immuunsysteem verzwakt.

Het Usutu-virus vindt zijn oorsprong in Afrika en wordt overgebracht door muggen die vogels steken. Vermoedelijk is het virus via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het in 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa. 

Mensen die een dode merel in hun tuin vinden, kunnen die begraven of in de gft-bak gooien. Pak de vogel daarbij wel op met wegwerphandschoenen of een plastic zakje, ook al is de kans op besmetting voor mensen klein. Daarnaast roepen we iedereen op om dode vogels te melden, zodat we een goed beeld krijgen van de omvang van de Usutu-uitbraak.

Het is belangrijk om een beeld te krijgen van hoeveel Merels doodgaan en waar. Om hier zicht op te krijgen vragen we iedereen om dode Merels te melden via www.sovon.nl/dodevogels of het meldingsformulier van DWHC. Alleen als er een specifieke aanleiding voor is, zullen we de dode Merel onderzoeken.