Veelgestelde vragen - Neonicotinoïde onderzoek

Daar gaan wij niet over. Wel is het zo dat op grond van eerder onderzoek naar de effecten op bijen en waterinsecten de toelating van een aantal imidacloprid-bevattende stoffen in de landbouw beperkt is in de hele EU, in Nederland door het ctgb.

Dat hebben we goed bekeken. Echter we vonden dat geen van de factoren waarvan bekend is of aangenomen kan worden dat ze deze soorten negatief beïnvloeden de verklaarde ruimtelijke patronen zo goed konden verklaren als de gehaltes aan imidacloprid. Dat wilt helemaal niet zeggen dat deze effecten niet van belang zijn. Het kan zijn dat bepaalde factoren al jaren eerder hun effect hebben gehad of dat de factor als een deken over het land alle plekken de vogelstand negatief beïnvloedt. In beide gevallen kan dit tot gevolg hebben dat deze factor niet de ruimtelijke verschillen in lokale trends verklaart. 

Deze studie legt de relatie tussen de hoeveelheden imadacloprid in het water en de lokale vogeltrends voor bepaalde soorten. Het kan zijn dat soorten niet allemaal even gevoelig zijn, het is ook zo dat er veel ruis in de data kan zitten waardoor bepaalde wel bestaande effecten niet goed te traceren zijn. De kracht van de analyse zit hem naast de grootschaligheid (heel Nederland) ook in het grote aantal soorten dat is bekeken. Ons onderzoek laat zien dat vogelpopulaties, ongeacht de nationale trend, lokaal het beduidend slechter doen als concentraties van imidacloprid in hoge mate aanwezig zijn in het oppervlakte water. Daarmee hoeft een soort op nationaal niveau nog niet af te nemen, want andere factoren kunnen er juist voor hebben gezorgd dat het beter gaat met de soort.

Op bijgaand kaartje is te zien in welke gebieden de imidacloprid-concentraties boven de 20 nanogram per liter uitkomen. Alle soorten tegelijk bekijkend vonden we dat boven 20 nanogram per liter de populatietrends van vogels negatief werden. Maar omdat de onderzochte soorten waarschijnlijk verschillend reageren en ook de lokale situatie waarschijnlijk van invloed kan zijn, is dit niet een 100% zwart-wit plaatje: het geeft de gebieden aan met een hoog risico op afnemende populaties van insectenetende vogels in het agrarisch gebied.

Gemeten imidacloprid-concentratie in oppervlaktewater

 

Over de periode 2003-2009 namen gemiddeld de onderzochte populaties met residuen>20ng/l met bijna 20% af (=3.5% jaarlijks). Bij veel hogere concentraties is het effect waarschijnlijk nog veel sterker.   

Het gaat in totaal om 15 soorten insecteneters: bosrietzanger, rietzanger, kleine karekiet, veldleeuwerik, graspieper, geelgors, spotvogel, boerenzwaluw, gele kwikstaart, ringmus, fitis, roodborsttapuit, spreeuw, grasmus, grote lijster. Het gaat om algemene soorten die in ons landbouw gebieden voorkomen, en die erg afhankelijk zijn van insecten, met name in de broedperiode.

Als dergelijk hoge concentraties ook in andere landen voorkomen in het milieu is het heel waarschijnlijk dat ook daar negatieve correlaties bestaan. In Nederland zijn we in de unieke situatie dat er fijnmazige meetnetten zijn voor zowel pesticiden in het oppervlaktewater als voor vogelpopulaties, die het vaststellen van soortgelijke relaties mogelijk maken.

Op bijgaand kaartje is te zien in welke gebieden de imidacloprid-concentraties boven de 20 nanogram per liter uitkomen. Alle soorten tegelijk bekijkend vonden we dat boven 20 nanogram per liter de populatietrends van vogels negatief werden. Maar omdat de onderzochte soorten waarschijnlijk verschillend reageren en ook de lokale situatie waarschijnlijk van invloed kan zijn, is dit niet een 100% zwart-wit plaatje: het geeft de gebieden aan met een hoog risico op afnemende populaties van insectenetende vogels in het agrarisch gebied.

 

Imidacloprid wordt gebruikt bij voorbehandeling van zaden en bespuiten van gewassen tegen insecten. In kassen, boomgaarden en bollenvelden is het gebruik relatief hoog, maar het wordt inmiddels in veel gewassen gebruikt.

Imidacloprid is een van de meest gebruikte insecticiden ter wereld en behoort tot de neonicotinoïden. Het middel wordt veelvuldig in verband gebracht met de sterfte onder bijen. Zie verder: http://nl.wikipedia.org/wiki/Imidacloprid