Veelgestelde vragen - Vogelatlas

De gebruikte soortvolgorde, van het International Ornithological Committee (2017) wordt hier en daar geweld aangedaan. Zo staat de Grauwe Kiekendief (pag. 212) tussen Rode en Zwarte Wouw. Dat heeft louter een pragmatische reden, omdat het vormtechnisch af en toe schipperen was met soorten die 2 pagina's kregen dan wel 1 pagina. Met de bij de atlas gevoegde Bladwijzer of het Register (pag. 621-622) zijn alle soorten gemakkelijk terug te vinden.

In het overzicht (pag. 632-637) staan alleen de namen van atlastellers. Personen dus die aan het atlasproject 2013-2015 hebben meegewerkt door een of meer atlasblokken te onderzoeken volgens de voorschriften in de handleiding. Om bijvoorbeeld landelijke schattingen te maken, trends te bepalen of soortenlijsten voor blokken te completeren, is dankbaar gebruik gemaakt van telgegevens uit andere projecten. Voorbeelden zijn de watervogeltellingen en het Broedvogel Monitoring Project (BMP). Daarbij zijn vele honderden tellers betrokken (hun namen staan achterin de jaarrapporten vermeld). We zijn ontzettend blij met hun waardevolle inzet, maar we konden niet al deze namen in de Vogelatlas opnemen.

Mochten er mensen zijn die wel degelijk aan de atlas hebben meegewerkt maar niet genoemd worden, dan spijt ons dat zeer.

De Vogelatlas beperkt zich, zoals de ondertitel aangeeft ('Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering'), tot broedvogels en wintervogels. Dat zijn de soorten die tijdens de atlasperiode 2013-2015 werden onderzocht. Trekvogels die niet in Nederland broeden maar er wel in de winterperiode zijn gezien, staan in het boek (ook als het om zeldzaamheden ging). Zijn ze niet in de winter gezien, dan staan ze niet in het boek. Over hun voorkomen is op allerlei plekken informatie te vinden, bijvoorbeeld op de soortenpagina’s van sovon.nl of in het boek Avifauna van Nederland (deel 1 & 2).