Wintervoedsel akkervogels

Achtergrond
Het voedselaanbod in de winter op akkers is voor veel vogelsoorten ontoereikend. Om te beoordelen in hoeverre overwinterende vogels geholpen kunnen worden met opvangmaatregelen, zijn in 2008-2011 experimenten uitgevoerd. Ze vonden plaats op bedrijven in Zeeuws-Vlaanderen.

Onderzoek
Twee experimenten werden uitgevoerd:

  • Het laten staan van graan- en stoppelranden in gangbare winterakker percelen
  • Het inzaaien van akkerranden met verschillende gewassen

De aantallen vogels in de experimentele stroken werden vergeleken met die in referentiestroken in gangbaar landbouwgebied.

Graanranden en –stoppels
De dichtheden van vogels waren hier hoger dan in regulier landbouwgebied, met de meest prominente rol voor graanranden. Uitzondering vormen de insecteneters (kleine steekproef!) en bodemfoerageerders (tegenstrijdige resultaten: relatief weinig in randen, relatief veel in stoppels). De aantallen namen bij de meeste soorten af in de loop van de winter.

Verschillende gewassen
Dit leverde geen duidelijk beeld op (beperkte opzet onderzoek, lage aantallen vogels). Wintertarwe en hemelgerst leken nog het langst in staat om vogels van voedsel te voorzien.

Perspectieven
Graanranden en in mindere mate –stoppels zijn effectief bij het verbeteren van de voedselmogelijkheden van overwinterende akkervogels. De deelnemende boeren stonden in principe positief ten opzichte van de uitgevoerde maatregelen. De ‘hungry gap’  (periode met grootste voedselschaarste aan het eind van de winter) wordt door de maatregelen niet volledig overbrugd.