Vogelsoorten met een potentieel risico op de verspreiding van aviaire influenza in Nederland

Op deze pagina presenteren we de lijst van vogelsoorten die in Nederland voorkomen en in potentie aviaire influenza (vogelgriep) kunnen verspreiden. De lijst is gebaseerd op de generieke lijst die in 2007 door de Europese Commissie is vastgesteld. 

Onderaan deze pagina is meer informatie over de totstandkoming van de lijst te vinden.

De Nederlandse lijst (2018) is hieronder weergegeven

Wijze van citeren: Slaterus R. & Hornman M. 2018. Vogelsoorten met een potentieel risico op de verspreiding van aviaire influenza in Nederland. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

Achtergrond

Wetlands International heeft in 2007 op verzoek van de Europese Commissie een rapport opgesteld, waarin staat aangegeven welke informatie van welke vogelsoorten van belang is. Het gaat om de status als trekvogel (bijvoorbeeld korte-afstandtrekker), habitatkeuze, mate van concentratievorming (kolonievogels, foerageer, rust- en ruiplaatsen) en de mate van menging met andere soorten (Veen et al. 2007). In dit rapport wordt een lijst met ‘high risk-species’ gepresenteerd. Deze lijst is door de Europese Commissie overgenomen.De door de Europese Commissie vastgestelde soortenlijst is generiek. Deze kan door de lidstaten worden aangepast voor zover het soorten betreft waarvoor het grondgebied van de lidstaat in kwestie van ondergeschikt belang is.

Wijzigingen ten opzichte van de Europese lijst uit 2007

Ten opzichte van de generieke door de Europese Commissie vastgestelde lijst zijn op de Nederlandse de volgende wijzigingen doorgevoerd:

1. Zeldzame soorten worden buiten beschouwing gelaten, omdat de kans dat zij een rol spelen bij de verspreiding van AI-virussen in Nederland erg klein is.

2. Soorten die (vrijwel) uitsluitend op zee en langs de kust voorkomen worden buiten beschouwing gelaten, omdat de kans op contact met pluimvee erg klein is.

3. Ten opzichte van Veen et al. 2007 zijn enkele vogelsoorten toegevoegd. Het betreft uitsluitend soorten die nauw verwant zijn aan soorten die wel door Veen et al. 2007 als risicosoorten werden geïdentificeerd en die talrijk in Nederland voorkomen.

4. Roofvogels, uilen en kraaiachtigen die soms als risicosoorten worden aangemerkt zijn uitgezonderd, op grond van de aannames door Veen et al. 2007 dat deze soorten – in het geval van predatoren – door hun veelal solitaire gedrag slechts een beperkte rol spelen bij de verspreiding van AI, of – in het geval van aaseters – slechts op lokale schaal een bijdrage kunnen leveren aan de verspreiding van AI.