Vogels tellen; ter land, ter zee en vanuit de lucht

Martin Poot (statistisch onderzoeker natuur, CBS)

In de nieuwe Vogelatlas wordt op atlasblokniveau ook het voorkomen van zeevogels in beeld gebracht die vanaf de kust konden worden waargenomen.

Daarbij wordt er een vergelijking gemaakt met het voorkomen in de periode 1978-1983. De Noordzee is natuurlijk veel groter dan alleen de kustzone. Het is immers het grootste watervogelgebied van Nederland waar vele honderdduizenden zeevogels ieder jaar gebruik van maken. In het zomerhalfjaar gaat het om onze eigen kustbroedvogels zoals Kleine Mantelmeeuwen en Grote Sterns. In de trektijd en winter gaat het om grote aantallen vogels van internationale populaties die hier doortrekken of overwinteren, zoals Roodkeelduikers, Jan-van-Genten en alkachtigen. Sluit het beeld in de nieuwe atlas aan bij wat er verderop op open zee gebeurt?

Er vindt al jarenlang monitoring plaats vanuit het vliegtuig op het gehele Nederlands Continentaal Plat. Ook worden er waarnemingen vanaf schepen gedaan en wordt er op bijna dagelijkse basis vanaf vele zeetrektelposten over zee gekeken. In deze lezing kijken we hoe deze databronnen aansluiten bij het nieuwe en oude atlasmateriaal en waar dit tot aanvullende inzichten leidt omdat het atlaswerk nou eenmaal maar kort in de tijd en niet ver vanaf de kust kon kijken.