Veldleeuwerik Foto: Ran Schols

Vogelbalans: Herstel boerenlandvogels blijft uit


In het boerenland wordt het steeds stiller. Driekwart van de in boerenland broedende vogels is sinds 1960 verdwenen. En er lijkt geen echte kentering in zicht.

Door de voortschrijdende intensivering en op maximale productie gerichte bedrijfsvoering verarmt de biodiversiteit van het boerenland in hoog tempo. Dat blijkt uit de jaarlijkse Vogelbalans die Sovon Vogelonderzoek Nederland heeft gepresenteerd op de Landelijke Dag op zaterdag 24 november.

Boerenlandvogels in het nauw
Een reconstructie toont aan dat alle boerenlandvogels samen een verlies van 3,3 tot 5,7 miljoen broedparen incasseerden in een gebied dat ruim twee derde van Nederland beslaat. Niet alleen weide- en akkervogels zijn het slachtoffer, maar ook soorten van kleinschalig cultuurlandschap. De veldleeuwerik is de grootste verliezer. Tot in de jaren zestig was de melodieuze zang van deze soort nog veel te horen, maar in een halve eeuw tijd verdween er ongeveer een miljoen broedparen. In de intensief beheerde en monotone graslanden en akkers vinden veldleeuweriken steeds minder nestgelegenheid.

Ook andere soorten zoals de patrijs (-93%) en ringmus (-93%) zijn ook nog maar nauwelijks te vinden in het boerenland. Van de grutto resteert nog maar een derde van de populatie.

Landbouwpolitiek
De belangrijkste oorzaak van het verdwijnen van vogels uit het boerenland is een op maximale productie gerichte (Europese) landbouwpolitiek. Ons land behoort tot de wereldtop als het gaat om agrarische productiviteit. De keerzijde hiervan is dat ontwatering, schaalvergroting, gebruik van bestrijdingsmiddelen, vroeger en vaker maaien en uniforme gewasteelten het huidige landschapsbeeld domineren. Op veel plekken zijn monoculturen van maïs opgekomen en permanente graslanden worden schaarser. Boerenlandvogels vinden daardoor steeds minder geschikte broedplaatsen, onvoldoende voedsel voor hun jongen en om de winter te overleven.

Agrarisch natuurbeheer
Een middel om deze teruggang tegen te gaan, is de inzet van agrarisch natuurbeheer. Op veel plaatsen worden weidevogels door boeren en vrijwilligers beschermd. Ook worden er akkerranden aangelegd om de leefomstandigheden van bijvoorbeeld de veldleeuwerik te verbeteren. Verschillende onderzoeken laten zien dat maatregelen de grootste kans van slagen hebben als ze worden geconcentreerd in gebieden waar nog relatief veel boerenlandvogels broeden. De schaal en uitvoering van veel huidige initiatieven lijkt voor veel soorten onvoldoende om het tij te keren. De teloorgang gaat voor veel soorten dan ook onverminderd door. Zo nam de veldleeuwerik de laatste vijf jaar met nog eens 7% af. De grutto en de kievit met 18%, de patrijs met 19% en de zomertortel zelfs met 23%.

Moerasvogels in de plus
Tegenover de misère in het boerenland staan uitgesproken positieve trends bij veel broedende moerasvogels. De stand verdubbelde in de afgelopen twintig jaar. Veel soorten profiteerden van het herstel van de waterkwaliteit en de uitbreiding van moerasgebieden die vaak als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur worden ingericht. Voorbeelden zijn de Onlanden in Noord-Drenthe en de Kropswolderbuitenpolder in Groningen. In 2012 waren deze gebieden het decor van een aantal spectaculaire broedgevallen.