Verspreiding en omvang populaties

De klimaatverandering is een grootschalig fenomeen dat niet tot ons land beperkt blijft. Dit heeft gevolgen op populatieniveau voor allerlei vogelsoorten.

Zuidelijke vogelsoorten rukken op

Gemiddeld zachtere winters zijn gunstig voor verschillende soorten vogels:

  • Broedvogels Zuid-Europese soorten als Kleine Zilverreiger, Cetti’s Zanger en Graszanger konden hun broedareaal sterk noordwaarts uitbreiden en zijn nu ook in Nederland niet zeldzaam meer. Bijeneter en Orpheussportvogel gaan misschien volgen. Standvogels en soorten die slechts over korte afstand wegtrekken profiteren van zacht winterweer; de IJsvogel bereikte rond 2008 niet eerder geregistreerde aantallen.
  • Wintervogels Verschillende soorten steltlopers, zoals Kluut, Zilverplevier, Drieteenstrandloper en Rosse Grutto, blijven tegenwoordig in grotere aantallen bij ons overwinteren dan een kwart eeuw geleden. Strenge vorst, waarop ze reageren met gedeeltelijke wegtrek, komt minder vaak voor.

Noordelijke soorten worden schaarser

De klimaatverandering heeft niet uitsluitend positieve gevolgen voor ons land:

  • Broedvogels Verschillende soorten die het zwaartepunt van hun verspreiding ten noorden van ons land hebben, doen het bij ons naar verhouding niet zo goed. Voorbeelden zijn Kramsvogel, Fitis en Matkop. Hoewel habitatfactoren zullen meespelen, kunnen klimaatinvloeden niet worden uitgesloten.
  • Wintervogels Voor verschillende noordelijke soorten is de noodzaak om naar ons land te trekken verminderd. Zo zijn de ooit zo indrukwekkende stromen trekkende Bonte Kraaien opgedroogd. De watervogeltellingen in ons land leveren steeds minder Grote Zaagbekken en Nonnetjes op, een enkele koude winter daargelaten. Doordat grootschalige bevriezing van de Oostzee zeldzamer wordt, kunnen ze ter plekke overwinteren.

Let wel: dit zijn grote lijnen, en ieder seizoen kan weer afwijkingen vertonen. Zo hadden we rond 2010 enkele duidelijk koudere winters. Dit had meteen zichtbare gevolgen: er werden weer eens mooie aantallen zaagbekken geteld, maar de zo florissante stand van de IJsvogel klapte ineen. Tot een wezenlijke aanpassing van het geschetste beeld leidde het echter niet.