Stage: methodische aspecten van broedvogelmonitoring in relatie tot trekgedrag en zangactiviteit

Stageduur: bij voorkeur minimaal 6 maanden
Ingangsdatum: ieder moment
Begeleiding: dr. Chris van Turnhout & prof. dr. Ruud Foppen, Sovon Vogelonderzoek Nederland
Aanmelden via een mail aan één van de begeleiders.

Wat onderzoek je?

Om populatie-ontwikkelingen van broedvogels in Nederland te volgen, voeren vrijwilligers van Sovon Vogelonderzoek jaarlijks tellingen uit in ongeveer 2000 steekproefgebieden verspreid over het land. Dit gebeurt in het kader van het Broedvogel Monitoring Project, dat uitgaat van een sterk gestandaardiseerde methode voor het uitvoeren van het veldwerk en de interpretatie daarvan. Voor die interpretatie wordt van soort-specifieke criteria gebruik gemaakt om te bepalen of veldwaarnemingen betrekking hebben op territoria/broedgevallen, of dat het om doortrekkende of zwervende vogels gaat. Deze criteria houden rekening met onder andere trefkansen (op basis van activiteits-perioden gedurende het voorjaar) en doortrekperioden (‘datumgrenzen’). De criteria bepaald bij de start van het BMP in 1984. Ze zijn in de loop van de tijd licht gewijzigd, bijvoorbeeld in het licht van vervroeging van zangactiviteit als gevolg van klimaatverandering, maar sindsdien is veel kennis over de ecologie en trekpatronen van vogels beschikbaar gekomen die de theoretische achtergrond van een deel van de criteria ter discussie stelt. Zo blijken van sommige soorten de vroeg in het voorjaar aanwezige individuen niet de doortrekkende vogels betreffen, zoals de datumgrenzen veronderstellen, maar juist de lokale broedvogels die als eerste in de broedgebieden arriveren. 

Eerder onderzoek

Deze stage borduurt voort op een eerder onderzoek uit 2018, waarin bovengenoemde aspecten zijn verkend voor negen soorten broedvogels, op basis van gegevens over trekgedrag en zangactiviteit. Inmiddels zijn veel meer en gedetailleerdere gegevens beschikbaar gekomen, door de opkomst van mobiele invoerapplicaties die tijdens het veldwerk worden gebruikt. Daarom willen we de analyses nu uitvoeren voor een veel bredere set van soorten, zowel trek- als standvogels. Tevens willen we bepalen wat de invloed van alternatieve interpretatiecriteria is op de vastgestelde aantallen, jaarindexen en trends. Dit vanuit het dilemma dat we enerzijds het absolute aantal aanwezige broedvogels zo nauwkeurig mogelijk willen bepalen, maar anderzijds de continuïteit van de methode willen maximaliseren om trendbreuken te voorkomen. De analyses worden gecombineerd met literatuuronderzoek over de timing en mate van zangactiviteit van doortrekkers versus lokale broedvogels (bv. welke vogelsoorten zingen tijdens de doortrek?).

Wie zoeken wij?

We zoeken een WO-masterstudent die de BMP-methode gaat evalueren op basis van de ecologische gegevens, telgegevens en kennis van nu. Je kwantificeert wat de invloed is van mogelijke aanpassingen van die criteria op de vastgestelde aantallen en populatietrends van vogels. Voor je analyse kan je gebruik maken van honderdduizenden telgegevens (‘big data’) verzameld door duizenden ‘citizen scientists’. Met je onderzoek werk je mee aan het verbeteren van de kwaliteit van onze monitoringresultaten, die veelvuldig door zowel onderzoekers als beleidsmakers worden gebruikt voor een breed scala aan maatschappelijke toepassingen en het beantwoorden van wetenschappelijke vragen, bv. over de effecten van veranderingen in landgebruik en klimaat op vogelpopulaties.

Gevraagde werkzaamheden

• literatuurreview
• ecologische analyses van trekpatronen op basis van o.a. ringgegevens
• statistische analyses van grote datasets met telgegevens


Affiniteit met het tellen van broedvogels is een pré, maar geen vereiste. Uitvoering vindt plaats in het kantoor van Sovon Vogelonderzoek Nederland, op de campus van de Radboud Universiteit in Nijmegen, voor zover corona-richtlijnen dat toelaten.