Stadsvogeltrends

Het Meetnet Urbane Soorten (MUS) volgt broedvogels van de stedelijke omgeving. Nederland verstedelijkt immers in hoog tempo (16% van het oppervlak).
Het doel is de aantallen en verspreiding vastleggen van min of meer algemene ‘stadsvogels’, in aanvulling op de andere broedvogeltellingen (BMP). 
Stedelijke omgeving omvat steden en dorpen, maar ook haven- en industriegebieden.
De indexen laten de ontwikkelingen in de broedvogelstand sinds 2007 zien. Het eerste jaar van de reeks is op 100 gesteld, de cijfers geven dus de ontwikkeling aan ten opzichte van dit zogenaamde basisjaar. 
De index is berekend over alle punten die zowel in ronde 1 als 2 geteld zijn. Aantallen voor Gierzwaluw, Huiszwaluw en Boomvalk komen uit ronde 2 en 3 (ook indien beide geteld).
De gebruikte aantallen zijn het maximum per telpunt over eerste twee telronden, m.u.v. bovenstaande drie soorten (max over tweede en derde telronde).

De beoordeling van de trend is gebaseerd op die van alle monitoringprojecten die in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring worden uitgevoerd. De trends worden berekend met het programma TRIM.

De gegevens in deze tabel zijn vrij te gebruiken, mits als bron "Netwerk Ecologische Monitoring, Sovon & CBS, www.sovon.nl" worden genoemd

Document: 

mus-trends_2007-18.xlsx

Jaar van uitgave: 

2019

Uitgever: 

Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen

Publicatiemedium: 

Speciale uitgave

Type speciale uitgave: 

Overig

Soortgroep: 

Stadsvogels

Publicatietaal: 

Nederlands