Scholekster onderzoek

In 20 jaar tijd is het aantal broedende Scholeksters in ons land meer dan gehalveerd. De afname lijkt nog lang niet ten einde. Als dit zo doorgaat, is de eens zo talrijke Scholekster (wellicht 200.000 paartjes rond 1990) over enige tijd zeldzaam. Intensief onderzoek door allerlei instituten, werkgroepen en vele vrijwilligers werpt licht op de gang van zaken.

Problemen in de broedtijd

Broedende Scholeksters brengen te weinig kuikens groot. In het binnenland is dit een gevolg van vroeg en vaak maaien, ontwatering, mestinjectie en nestpredatie. Broedvogels aan de kust vinden te weinig voedsel op het wad en lijden onder hoge waterstanden, iets dat steeds vaker voorkomt door klimaatverandering.

...en daarbuiten

Buiten de broedtijd zijn de problemen zo mogelijk nog groter. Door intensieve visserij verdwenen in de Waddenzee belangrijke voedselbronnen (vooral mosselen, maar ook kokkels) voor overwinteraars. Ondanks beëindiging van deze gemechaniseerde visserij op de platen heeft volledig herstel van de droogvallende mosselbanken nog lang niet plaatsgevonden.
In het Deltagebied spelen deels dezelfde problemen maar verdwijnen bovendien de wadplaten met voedsel onder de golven, een laat gevolg van de Deltawerken.

Jaar van de Scholekster

De onrustbarende afname van de Scholekster was reden om de soort een jaar lang extra aandacht te geven. Dit gebeurde in Het Jaar van de Scholekster, een initiatief van Sovon en Vogelbescherming Nederland, mede mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Cultuurfonds. Vrijwilligers brachten veel gegevens bijeen over o.a. verspreiding, dichtheden, terreingebruik en slaapplaatsen. Na afloop verscheen een uitgebreid rapport waarin de bestaande kennis samenvat.

Kleurringen

Nederlandse Scholeksters overwinteren merendeels in Wadden- of Deltagebied. Belangrijke aspecten van hun leven zijn nog onvoldoende bekend, en waarnemers kunnen helpen om die leemtes te vullen: door op de poten te letten!
Heel wat individuele Scholeksters zijn namelijk voorzien van een per individu verschillende serie kleurringen. Bij een grote, opvallende en bovendien lang levende soort als de Scholekster (die 43 jaar oud kan worden!) levert dat een schat aan informatie op over bijvoorbeeld:

  • Vestiging van broedvogels: volwassen broedvogels keren meestal naar een vaste plek terug, maar hoe ver verplaatsen jonge vogels zich vanaf hun geboortegrond?
  • Trekgedrag: overwinteren Zuid-Nederlandse broedvogels nog steeds in het Deltagebied en Noord-Nederlandse in het Waddengebied, zoals vroeger? En in hoeverre zijn overwinteraars trouw aan een specifieke plek?
  • Overleving: in welke delen van het jaar treedt de meeste sterfte op, zijn er grote jaarlijkse verschillen door bijv. weersomstandigheden, en is er een relatie te leggen met omstandigheden in de broed- of overwinteringsgebieden? Bestaan er verschillen in overleving tussen mannetjes en vrouwtjes; hoe groot zijn die tussen volwassen en jonge dieren?

Wadertrack

Antwoorden op bovenstaande vragen zijn essentieel om te begrijpen waarom de stand zo sterk vermindert, en hier zo mogelijk iets aan te doen.

Daartoe is Wadertrack in het leven geroepen. Een eenvoudig invoerprogramma om melding te doen van vogels met kleurringen. De waarnemer zelf kan onmiddellijk na invoer de levensgeschiedenis van ‘zijn’ Scholekster zien; fascinerend! Enige vereisten zijn heel goed in het veld kijken (alleen volledig zekere kleurcombinaties doorgeven) en eenmalig registreren op de site.

Wadertrack is een initiatief van Sovon, IMARES en de Rijksuniversiteit Groningen.