Risicoanalyse geintroduceerde ganzen

In de risicoanalyse wordt getracht te voorspellen wat de ecologische, economische en sociale effecten zullen zijn indien de populaties van enkele geïntroduceerde ganzensoorten onbeperkt zullen doorgroeien, en wat de mogelijkheden tot populatiebeheer zijn.

Welke soorten
De Nederlandse broedpopulaties van de volgende soorten zijn geheel of gedeeltelijk ontstaan door toedoen van de mens: Grote Canadese Gans, Kolgans, Indische Gans, Zwaangans, Sneeuwgans, Toendrarietgans, Dwerggans, Keizergans, Kleine Rietgans, Magelhaengans en Ross’  Gans.

Verdere verspreiding
De verreweg talrijkste soort, Grote Canadese Gans, breidt zich nog steeds snel uit, terwijl de toename bij Kolgans en Indische Gans lijkt te stokken. De overige soorten zijn zeldzaam tot schaars en vertonen geen uitbreiding.

Schade
Geïntroduceerde ganzen kunnen schade toebrengen aan natuurgebieden (eutrofiering, intensief begrazen moerasvegetaties), landbouwgewassen (wordt echter niet systematisch geregistreerd) en de volksgezondheid (dragers van verschillende ziektes). Voorts kunnen ze concurreren met inheemse soorten (Grote Canadese Gans versus Grauwe Gans) en hiermee hybridiseren (Canadese Gans en Brandgans).

Risicomanagement
Indammen van risico’s is mogelijk door preventie (alleen om nieuwe ontsnappingen/uitzettingen voorkomen), eliminatie van populaties (alleen mogelijk bij kleine aantallen) en vooral beheermaatregelen. Van de beheermaatregelen lijken alleen het doden van volwassen vogels (intensief en jarenlang vol te houden) maar vooral habitatbeheer (door onbereikbaar of ongeschikt maken van opgroeihabitat) effectief.

Publicatie