Ringonderzoek

Bij een deel van het onderzoek dat Sovon uitvoert, is het van groot belang om individueel herkenbare vogels te kunnen volgen. Eén van de beste en meest gebruikte methoden hiervoor is het ringen. 

Kleurringen
Het terugmeldingspercentage bij metalen ringen ligt bij de meesten soorten echter lager dan 5%. Om enigszins een beeld te krijgen van wat een soort doet, moeten er dus heel veel individuen geringd worden. Sinds de jaren zeventig wordt er daarom steeds meer gewerkt met allerlei types kleurringen. Voordeel van deze ringen is dat ze vaak op grote afstand zijn af te lezen. Hierdoor worden er tijdens het leven van een individu vaak tientallen tot vele honderden waarnemingen verzameld. Bij veel grotere soorten wordt na het ringen bijna 100% van de vogels teruggezien. Hierdoor is het rendement voor het onderzoek dus veel groter en hoeven er uiteindelijk minder vogels te worden geringd.

Bovendien levert het veel extra informatie op. Met name grote en opvallende vogelsoorten kunnen soms hun hele leven gevolgd worden. Sovon is betrokken bij verschillende kleurringprojecten, waaronder die aan de Scholekster en aan verschillende soorten ganzen.

Vogeltrekstation
Het ringen van vogels valt onder verantwoordelijkheid van het Vogeltrekstation (Nederlandse Ringcentrale). Door vogels te voorzien van een ring wordt informatie verkregen over (veranderingen in) trek, reproductie en overleving van Nederlandse vogels.

Het Vogeltrekstation beheert de ring- en terugmeldgegevens van vele miljoenen vogels, die al sinds 1911 in ons land van een ring zijn voorzien. Het Vogeltrekstation werkt daarbij interactief tussen verzamelaars en gebruikers van deze gegevens en kennis, ten behoeve van wetenschap, beleid en bescherming.

Sovon en Vogeltrekstation organiseren gezamenlijk het Constant Effort Sites (CES) project. Hierbij is het ringwerk in hoge mate gestandaardiseerd om van jaar op jaar goed vergelijkbare gegevens te krijgen over met name reproductie en overleving.