Omgeving Wylerberg

Het pand Huize Wylerberg ligt op een unieke locatie op de Nijmeegse stuwwal. Door de bijzondere ligging in het groen is er een duidelijke connectie met groene binnen- en buitenactiviteiten te leggen. Zo zijn de bossen en de polder op loopafstand.

Ligging en oppervlakte

De Duivelsberg, eigendom van Staatsbosbeheer, bevindt zich nabij Beek (gemeente Ubbergen) ten oosten van Nijmegen. Het gebied grenst aan Duitsland (figuur 1) en ligt geheel in atlasblok 40-53.

Geomorfologie en bodem

De Duivelsberg is gelegen op de 'Nijmeegse Stuwwal'. De stuwwal is in het pleistoceen ontstaan toen het landijs enorme rivierafzettingen omhoog perste. Deze afzettingen bestonden uit zand, grind, leem en lössleem, zodat het huidige bodemmateriaal in het gebied op korte afstand zeer van elkaar verschilt. In het centrale en westelijke deel van het gebied domineren ooivaaggronden (rijke lemige gronden). In het oosten vinden we grofzandige holtpodzolgronden, dit zijn matig rijke zandbodems.

De strekkingsrichting van de stuwwal is noord-zuid, waarbij de Duivelsberg op de oostflank ligt. In het gebied zijn voor Nederlandse begrippen forse hoogteverschillen te vinden, ontstaan door smeltwater-erosie. Mooie voorbeelden van geaccidenteerde terreindelen zijn het Keteldal en het Filosofendal. De voet van de Duivelsberg (onderlangs de Rijksstraatweg) ligt 20 meter boven NAP. Het hoogste punt is 80 meter +NAP en bevindt zich in het Eversbos (zie figuur 2).

Landschap en vegetatie

De Duivelsberg bestaat grotendeels uit rijk en gevarieerd loofbos, afgewisseld door grasland- en bouwland-enclaves en restanten van hoogstamboomgaarden (tabel 1). In het gebied zijn verder waardevolle landschapselementen aanwezig, bijvoorbeeld de bronkoppen en de smalle meanderende Filosofenbeek. De bronkoppen zijn te vinden in het Filosofendal, bij Huis Wylerberg en op de Vossenberg. Vooral het westelijk deel van het gebied is een mozaïek van bos met enclaves van agrarisch cultuurland (figuur 2). De graslanden zijn met name van botanisch belang (deels bloemrijke hooilanden) en worden gemaaid en beweid door vee. Op enkele akkerpercelen wordt graan verbouwd, vooral met het oog op het behoud van akker(on)kruiden. Langs de randen van de enclaves bevinden zich weelderige struwelen waarin diverse soorten bramen en vlier domineren. In het oosten wordt het gebied begrensd door maïs- en tarwe-akkers (Duits grondgebied), in het zuiden door bos en in het noorden door de bebouwing van Beek-Ubbergen en de Rijksstraatweg.

Oppervlakte in ha per terreintype, alsmede het procentueel aandeel:

  ha %
hoofdzakelijk loofbos 100.2 65
hoofdzakelijk naaldbos 26.1  17
gras- en bouwland 22.8 15
opstallen en wegen 3.8 3
totaal 152.9 100


Het merendeel van het bos vindt zijn oorsprong uit 1890-1920, toen veel eik, grove den en tamme kastanje werd aangeplant, met spontane bijmenging van beuk en berk. Veel solitaire beuken, eiken en mogelijk ook dennen stammen echter uit de periode van vóór 1890, toen het gebied een gevarieerd parklandschap was. Met name rondom Huis Wylerberg (met hierin het Sovon-veldstudiecentrum) werd ook acacia aangeplant. Later vond kleinschalige kap plaats, gevolgd door herinplant. Delen van het bos hadden te lijden van oorlogshandelingen in 1940-45. Op vochtige plaatsen, met name plekken waar kwel optreedt, bevindt zich spontane opslag van zwarte els, wilg Salix spec. en plaatselijk ratelpopulier.

Inmiddels valt het bos het beste te karakteriseren als oud gemengd loofbos op rijke en plaatselijk vochtige bodems (kwelzones). In de kroonlaag zijn eik, beuk en tamme kastanje de meest voorkomende boomsoorten. Met name rond Huis Wylerberg zijn veel eiken omwikkeld door klimop, een karakteristieke situatie voor rijkere bossen, vaak samenhangend met veel kalk in de ondergrond. Het aandeel van tamme kastanje is karakteristiek voor de Nijmeegse stuwwal en is voor Nederlandse begrippen opmerkelijk hoog. In de jaren negentig is Staatsbosbeheer begonnen om het aandeel tamme kastanje terug te dringen, ten gunste van meer inheemse loofboomsoorten. Langs de randen van het bos komen ook zoete kers, esdoorn en berk als bijmenging in de kroonlaag voor. In de vakken (vooral Eversbos) treffen we ook paardenkastanje en haagbeuk aan. De tweede boomlaag is vooral in het westen en midden van de Duivelsberg goed ontwikkeld en bestaat uit eik, beuk, berk, tamme kastanje, lijsterbes en boswilg. In ongeveer 21% van het bos domineren naaldbomen in de kroonlaag. Dit bos bevindt zich uitsluitend in het oosten van het gebied. De struiklaag is veelal goed ontwikkeld, vooral in het westelijke deel van het gebied. Dominante soorten in de struiklaag zijn vooral eik, berk, vlier, lijsterbes en plaatselijk vuilboom, Europese vogelkers, boswilg en kornoelje. De bedekking van de kruidlaag is afhankelijk van de hoeveelheid lichtval en rijkdom van de bodem. Rondom Huize Wylerberg is braam alom aanwezig, zowel in het bos als langs de bosranden. Meer in het oosten van de Duivelsberg treffen we ook adelaarsvaren en pijpestrootje aan.