Nijlgans

Foto: Ana Buren / 28-7-2011 - Oostersluis

Nijlganzen zijn in Nederland niet meer weg te denken. Vogels die van origine in gevangenschap gehouden werden maar daaruit ontsnapten, vormden de basis voor een succesvolle kolonisatie van het hele land. Ze hebben zich inmiddels over grote delen van Noordwest-Europa verspreid. Hoe de vogels zich verspreiden en waarom Nijlganzen zo succesvol zijn, is echter grotendeels onbekend.

Doel
Aan de hand van individueel herkenbare (geringde) vogels willen we inzicht krijgen in factoren als:

  • Overleving en sterfte
  • Geboortedispersie en plaatstrouw
  • Trekbewegingen.

De vogels krijgen daartoe gekleurde pootringen met daarop een cijfer of letter. (Vogels met halsbanden zijn afkomstig van een Duits project) Het onderzoek werd in eerste instantie als een RAS (Retrapping of Adults for Survival) project op eigen initiatief van Sovon-medewerker Frank Majoor gestart in 1999, maar is ondertussen onderdeel van een groter ringonderzoek aan exoten.

Eerste resultaten
Uit aflezingen van de individueel geringde vogels blijkt dat Nederlandse Nijlganzen uitwisseling vertonen met populaties in omringende landen. Eenmaal gevestigde broedvogels zijn in het algemeen trouw aan hun broedplaats. Jonge vogels kunnen tot op 100 km afstand van de geboorteplek gaan broeden. Dit zijn vooral de mannetjes, de vrouwtjes komen veelal terug nabij de geboorteplaats. De jaarlijkse overleving van Nijlganzen ligt met ruim 80% in dezelfde orde van grootte als die van andere (bejaagbare) ganzensoorten.