Monitoring van gebruik van ganzenfoerageergebieden in Nederland in 2010/11

Nederland is een zeer belangrijk overwinteringsgebied voor ganzen en draagt daardoor een grote internationale verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van deze trekvogels. De toenemende schade aan landbouwgewassen die de foeragerende vogels veroorzaken waren aanleiding om nieuw beleid te ontwikkelen ten aanzien van de opvang van de overwinterende populaties. In 2005 zijn daartoe foerageergebieden aangewezen met een totale oppervlakte van circa 80.000 hectare, waarin de ganzen geconcentreerd dienen te worden door ze voldoende rust en voedsel aan te bieden en ze erbuiten te verjagen. Daarnaast fungeren ook natuurgebieden als opvanggebied voor deze vogels. In dit rapport, in opdracht van het Faunafonds, wordt de aantalsontwikkeling en verspreiding beschreven van overwinterende ganzen in het winterseizoen 2010/2011 - de zesde winter na ingang van het nieuwe beleid – met als hoofdvraag in hoeverre door de ganzen gebruik is gemaakt van de aangewezen opvanggebieden en natuurgebieden. Hierbij is ook gekeken of er sprake is van een ‘leereffect’ waardoor de ganzen gaandeweg hun verspreiding hebben verlegd naar de aangewezen foerageergebieden.

Document: 

RAP_2012-03_monitoring_foerageergebieden_2010-2011Tot.pdf

Rapportnummer: 

2012/03

Auteurs: 

Schekkerman H., Hornman M. & van Winden E.

Jaar van uitgave: 

2012

Uitgever: 

Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen

Publicatiemedium: 

Rapport Sovon

Soortgroep: 

Ganzen

Publicatietaal: 

Nederlands