Kievit laat sterke terugval zien in 2012

Half maart kwamen er alarmerende berichten uit het veld over de Kievit. Het was griezelig stil op de velden. Waren de Kieviten om de een of andere reden laat dit jaar of waren de aantallen echt afgenomen? Sovon heeft de aantallen vergeleken met die uit 2011 en trekt de conclusie dat de Kievit een sterke terugval laat zien dit jaar.

Naar aanleiding van de verontrustende berichten dit voorjaar heeft Sovon een grote groep betrokkenen bij weidevogels gevraagd om voor hun gebied aan te geven wat de aantallen waren tot 1 mei in 2011 en 2012. Daarnaast is gebruik gemaakt van de gegevens van vrijwilligers die voor Sovon tellingen uitvoeren en die deze online invoeren.

In totaal zijn gegevens verzameld van 217 gebieden verspreid over Nederland met een gezamenlijk oppervlak van bijna 40.000 ha. In 18% van die gebieden zijn de aantallen hetzelfde gebleven, in 30% zijn ze toegenomen en in 52% zijn ze afgenomen. Gemiddeld voor heel Nederland liggen de aantallen dit jaar 18% lager dan in 2011.

Vrije val
Op basis van decennialange metingen is bekend dat de Kievit sinds 1990 gemiddeld jaarlijks met 2% afnam en over de laatste vijf jaar zelfs met 6%. Maar als uiteindelijk alle gegevens van 2012 binnen zijn en het beeld dat uit deze verkenning naar voren is gekomen bevestigd wordt, zou dit betekenen dat naast bekende soorten als Grutto, Scholekster en Veldleeuwerik, nu ook de Kievit in een vrije val dreigt te belanden.

Sovon houdt wel een slag om de arm. Nog niet alle gegevens zijn door waarnemers ingevoerd, waardoor het beeld misschien enigszins bijgesteld moet worden. Niettemin laat de analyse zien dat nu ook de Kievit het steeds zwaarder krijgt, terwijl lang werd gedacht dat deze soort gevrijwaard zou blijven van de malheur die de andere weidevogels heeft getroffen.

Het wordt dan ook belangrijk om niet langer de pijlen alleen maar te richten op soorten als de Grutto, maar dat we ons meer gaan richten op de weidevogelgemeenschap en het agrarische systeem in zijn totaliteit. Een mogelijke oorzaak voor de achteruitgang is het intensieve landgebruik met de daaraan gekoppelde lage waterpeilen. Dat beeld lijkt bevestigd te worden doordat gebieden waarin (nog) geen sprake van afnemende aantallen is vooral gekenmerkt worden door vochtige graslanden.