Kees Scharringa steunt de Atlas

Kees Scharringa uit Heiloo rolt bijna van de ene atlas in de andere. De 65-jarige gepensioneerde beleidsmedewerker onderzoek van Landschap Noord-Holland was coördinator van de Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels uit 2010. Voor de nieuwe nationale vogelatlas is hij districtcoördinator van Noord-Holland Noord. Het monnikenwerk aan de provinciale atlas leverde overigens niet alleen een schitterend boekwerk op, maar ook een Koninklijke onderscheiding voor Scharringa en zijn twee mede-eindredacteuren. "En het was natuurlijk een mooie basis voor dit atlaswerk."

Kees coördineert niet alleen 60 à 70 atlastellers, hij neemt zelf ook een berg veldwerk op zich: liefst vijf atlasblokken telt hij zelf. "Overigens denk ik dat er wel meer mensen in onze blokken actief zijn, want je hebt natuurlijk ook de nodige medetellers. Het is sowieso een goed idee om met meerdere mensen te tellen. Je kunt ook met je werkgroep aanvullende kilometerhoktellingen doen in een blok dat al geclaimd is, maar waar je graag wilt tellen. Het levert allemaal zeer waardevolle informatie op voor de rekenmeesters die later de kaarten gaan maken.”

Voor verschillende soorten is dit district een uitgelezen gebied. Kees noemt krakeend, kuifeend en slobeend als soorten die het hier goed doen. "Maar als ik een echte Noord-Holland-soort moet noemen, is dat toch de tapuit. Onze duinen zijn hét bolwerk in Nederland voor de tapuit. Het beste gebied vormen de Noordduinen tussen Den Helder en Groote Keeten, waar nog 50 à 60 paar broeden. De populatie is hier stabiel. Sterker nog, ik heb het idee dat het de laatste tijd zelfs een tikje beter gaat. Waarschijnlijk omdat er weer wat meer konijnen zijn, de kleine grazers die zorgen voor korte begroeiing en holen waarin tapuiten kunnen broeden.  Verder valt ook bij ons de opmars van de grote zilverreiger op in een provincie die van oudsher rijk is aan blauwe reigers is.”

Het mooiste gebied van zijn district is volgens Kees het Robbenoordbos. "Dit is een volstrekt geïsoleerd bosgebied, vergelijkbaar met de bossen op de Waddeneilanden. Het is zeer soortenrijk en die rijkdom neemt nog toe. Langzaam loopt het vol met nieuwe soorten bosvogels, vergeleken met een jaar of 20 geleden.”

Kees Scharringa denk dat de nieuwe nationale vogelatlas met name zo belangrijk is, omdat het inmiddels de vierde is in een reeks, die werd ingezet met de broedvogelatlas uit de jaren ’70. "Het is een voortschrijdende barometer van de toestand van ons leefmilieu. Vogels zijn daarvan een van de meest zichtbare indicatoren. Daarnaast is het gewoon een fantastisch project dat alle steun verdient. Er zijn letterlijk duizenden vrijwilligers mee bezig. Die laat je toch niet in de kou staan?”