foto: Piet Munsterman (Saxifraga)

Houtsnippen op trek: aanwezig maar onopvallend

Het kan je zomaar overkomen als je in het bos een paar passen van het pad doet: een opvliegende Houtsnip. Ze trekken veel talrijker door dan menigeen denkt.

 

Eind oktober en begin november trekken er misschien wel duizenden Houtsnippen door Nederland, vogels uit Noord- en Oost-Europa op weg naar de Britse Eilanden en West-Frankrijk. Ze zijn echter perfect gecamoufleerd en je krijgt ze doorgaans alleen bij toeval te zien of tijdens struinen in het bos. Geduldig wachten in de avondschemer wil ook wel eens wat opleveren: een Houtsnip die van het bos naar aangrenzend grasland vliegt om wormen te zoeken.

Onze voorouders wisten wel raad met die doortrekkende Houtsnippen die op favoriete plekken stoppen om op te vetten. Ze werden gevangen met speciale netten en vervolgens: smullen maar. Op sommige landgoederen vingen ze er 100 per najaar. Tegenwoordig is er nog één vanger actief, in Gaasterland, en uiteraard niet voor de pot maar voor ringonderzoek. In Sovon-Nieuws 2009 nr. 1 stond een interview met hem.

Wat later in de winter, bij een serieuze vorstinval, is het wat gemakkelijker om Houtsnippen te zien. Op de Waddeneilanden en in de duinen van het vasteland zijn er dan soms vele tientallen op een kleine oppervlakte aanwezig, deels uitgeput na een lange vorstvlucht.