Het kokkelbestand tussen 2001-2007 en het aantal scholeksters in de Waddenzee

De schelpdierbestanden voor de periode 2001–2007 zijn gebruikt voor een berekening van het aantal scholeksters dat kan overwinteren in het voor kokkelvisserij opengestelde deel van het Nederlands Waddengebied. Het berekende aantal is 110000 en het gemiddeld getelde overwinterende aantal is 113000. Het aantal overwinterende scholeksters ligt dus dichtbij de draagkracht van het gebied. De gebruikte modelparameters zijn dezelfde als die welke eerder zijn gebruikt voor de Oosterschelde en Westerschelde. Het effect van gesimuleerde visserij op de draagkracht berekening hangt sterk af van de wijze waarop de visserij plaatsvindt. Indien elk jaar een vast percentage wordt gevist van een aantal daartoe geschikte banken zal het effect in het algemeen proportioneel zijn, dat wil zeggen 1% visserij
kost 1% scholeksters. Indien visserij alleen plaatsvindt op kort droogvallende banken is het gemiddelde effect voor het hele gebied kleiner, omdat dergelijke banken relatief weinig bijdragen aan de draagkracht van het gebied voor scholeksters. Ook het beperken van het percentage visserij in slechte kokkeljaren zal het effect verminderen, maar dat is niet gekwantificeerd.

Document: 

Kokkelbestand tussen 2001-2007 en het aantal scholeksters in de Waddendee_rap2008_09.pdf

Rapportnummer: 

EcoCurves rapport 8, SOVON-onderzoeksrapport 2008/09

Auteurs: 

Rappoldt, C., Ens, B.J., Brinkman, A.G.

Jaar van uitgave: 

2008

Uitgever: 

EcoCurves/SOVON Vogelonderzoek Nederland, Haren/Beek-Ubbergen

Publicatiemedium: 

Rapport Sovon

Publicatietaal: 

Nederlands