Exoten: eenden

Hieronder een toelichting op verschillende eenden:

  • Mandarijneend (Aix galericulata)
  • Rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis)
  • Bahamapijlstaart (Anas bahamensis)
  • Kaneeltaling (Anas cyanoptera)
  • Chileense smient (Anas sibilatrix)
  • Ringtaling (Callonetta leucophrys)
  • Manengans (Chenonetta jubata)
  • Kokardezaagbek of Kuifzaagbek (Lophodytes cucullatus)
  • Kaapse Casarca of Grijskopcasarca (Tadorna cana)

Mandarijneend - Aix galericulata

De Mandarijneend is inheems in Oost-Azië. Het is een populaire soort in waterwildcollecties. De in Nederland in het wild voorkomende Mandarijneenden betreffen ontsnapte/vrij gelaten vogels en nazaten daarvan. De laatste jaren omvat de broedpopulatie vermoedelijk enkele honderden paartjes. De soort is jaarrond in ons land aanwezig. Bekijk hier de verspreiding en aantalsontwikkeling van de Mandarijneend. 

De Mandarijneend is een vrij kleine compacte eendensoort. Het mannetje is een opvallende verschijning met oranje bakkebaarden, witte wenkbrauw en rode snavel en op de achterflank oranje-bruine zeilen. Het vrouwtje is minderopvallend grijsbruin gekleurd met een dunne witte oogring, en dunne witte streep achter het oog. Juveniele vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn valer gekleurd. In eclipskleed lijkt het mannetje ook op het vrouwtje, maar blijft herkenbaar aan de rode snavel.

In Nederland komen ook zeer kleine aantallen voor van de Carolina-eend (Aix sponsa),  een soort die hier als exoot wordt beschouwd en inheems is in Noord-Amerika. Het mannetje Carolina-eend is eenvoudig  van de Mandarijneend te onderscheiden door onder meer de groen glanzende kruin en bovendelen, rode oogring en oranje-gele flanken. Het vrouwtje echter lijkt veel op Mandarijneend en is door een aantal subtiele kenmerken hiervan te onderscheiden: donkerdere kop, dikkere witte streek om het oog en streepvormig vlekjes op de flanken in plaats van ronde geelbruine vlekken bij Mandarijneend.

  

Links mannetjes, rechts vrouwtje
© Harvey van Diek

Kenmerken Mandarijneend

  • Man: oranje bakkebaarden, witte wenkbrauw en rode snavel en op de achterflank oranje-bruine zeilen.
  • Vrouw: grijsbruin verenkleed, een dunne witte oogring, en dunne witte streep achter het oog, ronde geelbruine vlekken op flanken.

Rosse stekelstaart - Oxyura jamaicensis

De Rosse stekelstaart is een eendensoort die inheems is in Amerika. Sinds 1973 broedt deze soort in  Nederland. Het gaat om vogels die zijn ontsnapt uit waterwildcollecties of nazaten daarvan. Het gaat in de laatste jaren om een tiental broedparen en enige tientallen exemplaren ‘s winters. Bekijk hier de verspreiding en aantalsontwikkeling van de Rosse Stekelstaart.

Rosse stekelstaarten zijn kleine duikeenden met een grote kop en opvallende puntige staart, die vaak schuin omhoog staat. Het mannetje heeft een zwarte kruin en nek en opvallende witte wangen en blauwe snavel (grijs in winterkleed). De hals, borst, bovendelen en flanken zijn kastanje bruin en in de winter dof-bruin. Het vrouwtje van de Rosse stekelstaart is dofbruin gekleurd, heeft een donkerbruine kruin en lichtbruine-gelig wangen met een donkere horizontale streep. Rosse stekelstaarten kunnen hybridiseren met de in Zuid-Europa voorkomende Witkopeend (Oxyura leucocephala), een bedreigde eendensoort.

Deze Witkopeend is in een Nederland een dwaalgast. Deze soort is onder meer te onderscheiden van de Rosse stekelstaart door de grotere, aan de basis opgezwollen snavel de  grotendeels witte kop (mannetje) en in het geval van vrouwtjes/onvolwassen vogels de witachtige wangstreek met donkerbruine horizontale baan.

 

Links mannetje (zomerkleed), rechts vrouwtje
© Harvey van Diek

Kenmerken Rosse stekelstaart:

  • Man: zwarte kruin en hals en witte wangstreek, geen opgezwollen snavelbasis
  • Vrouw: donkerbruine kruin en lichtbruine-gelig wangen met een donkere horizontale streep, geen opgezwollen snavelbasis

Bahamapijlstaart - Anas bahamensis

De Bahamapijlstaart is een relatief kleine pijlstaartachtige uit zuidelijk Amerika. In Nederland wordt de soort met tientallen waarnemingen per jaar regelmatig waargenomen. Meestal betreft het eenlingen, maar er zijn tot 10 vogels bij elkaar gezien.

De soort valt meteen op door de witte wangen, keel en de voorhals, die contrasteert met de donkerbruine kop en achterhals en het verder bruine verenkleed. Verder is ook de rode snavelbasis opvallend. De geslachten zijn hetzelfde gekleurd. Het verenkleed is gelig bruin met een zwarte tekening, vooral de veren op de borst en flank maken een gevlekte indruk omdat de donkere veren lichtbruin zijn omrand. De zwarte kleur in de veren op de rug is iriserend groen. De staart is puntig en licht kaneelbruin. De snavel is blauw met een rode basisvlek en de poten zijn loodgrijs.

Bahamapijlstaart met typische witte wang en rode snavelbasis © Joost Verhoeven

Bahamapijlstaart met typische witte wang en rode snavelbasis
© Joost Verhoeven

Kenmerken Bahamapijlstaart 

  • Witte wang, keel en voorhals
  • Donkerbruine kop, verder gevlekte indruk
  • Rode snavelbasis

Kaneeltaling - Anas cyanoptera

De Kaneeltaling is een (west) Amerikaanse soort ter grootte van een Zomertaling die in ons land vrij zelden als exoot wordt aangetroffen.

Het mannetje heeft een kastanjebruine kop, nek en onderlichaam. Het oog is rood, de snavel zwart en de poten oranjegeel. De rug is zeer donker, met een groene gloed en een licht bruine rand langs de veren, staartdekveren zijn zwartig. Het mannetje heeft een lichtblauwe voorvleugel zichtbaar in vlucht.

Het vrouwtje is licht bruin en komt gevlekt over. De kop is licht bruin, met bruine ogen en een donkergrijze snavel. Ook het vrouwtje heeft een lichtblauwe voorvleugel en lijkt hiermee sterk op een vrouw Blauwvleugeltaling. Blauwvleugeltaling is te onderscheiden door de witte vlek bij de snavelbasis en een donkere ooglijn.

Juveniele mannetjes of mannetjes in eclipskleed kunnen ook op Blauwvleugeltaling lijken maar hebben altijd een rood oog (het oog van Blauwvleugeltaling is donker).

​​Kaneeltaling man; typische warme kleur van de flanken en het rode oog in de bruine kop © Sander Lagerveld    Kaneeltaling man en vrouw, een klein stuk van de lichtblauwe voorvleugel van het vrouwtje is zichtbaar © Dick Daniels
Kaneeltaling man; typische warme kleur van de flanken en het rode oog in de bruine kop. © Sander Lagerveld
 
Kaneeltaling man en vrouw, een klein stuk van de lichtblauwe voorvleugel van het vrouwtje is zichtbaar
© Dick Daniels

Kenmerken Kaneeltaling

  • Man; bruine kop, nek en onderlichaam, rood oog met zwarte snavel en groene gloed rug
  • Vrouw; licht bruin, lichtere vlek op wang, lichtblauwe voorvleugel (maar mist witte vlek bij snavelbasis zoals Blauwvleugeltaling)

Chileense Smient - Anas sibilatrix

Chileense Smient met typische witte vlek op voorhoofd en kin; de geslachten zijn gelijk in uiterlijk © Bert Geelmuijden
Chileense Smient met typische witte vlek op voorhoofd en kin; de geslachten zijn gelijk in uiterlijk. © Bert Geelmuijden

De Chileense Smient is de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van onze Smient. Beide soorten hebben hetzelfde formaat. De geslachten zijn gelijk aan elkaar.

Chileense Smient valt op door de witte vlek voorhoofd, kin- en oorstreek, de donkere gemarmerde borst en donkere bovendelen met lichte verranden die contrasteren met de oranje flanken. Deze laatste zijn lichter dan bij Smient. Kop en nek zijn iriserend groen-zwart. De snavel en de poten zijn loodgrijs. De onderhals en de borst zijn wit en met zwarte dwarsbandjes gestreept. De vleugeldekveren zijn wit. De staart is zwart. De spiegel is zwart met een groene weerschijn. De buik en staartdekveren zijn wit.

 

Kenmerken Chileense Smient 

  • Witte vlek voorhoofd, kin- en oorstreek, loodgrijze snavel
  • Kop en nek irirserend groen
  • Gemarmerde borst, oranje flanken

Ringtaling - Callonetta leucophrys

De Ringtaling (ook Roodschoudertaling genoemd) is een klein eendje die van oorsprong in Zuid-Amerika voorkomt. De soort wordt in ons land schaars als exoot aangetroffen.

Het mannetje heeft een typische zwarte lijn vanaf de kruin over de nek. De rest van de kop is licht bruingrijs, de borst roze met zwarte vlekjes. Het mannetje heeft lichtgrijze zeer fijn gemarmerde flanken. De schouders zijn warm kastanjebruin en de rug, stuit en staart zijn zwart met een groene glans. De vleugels zijn zwart met een grote witte vlek op de vleugeldekveren en een bronsgroene spiegel. De snavel is blauwgrijs en de poten zijn roze.

Het vrouwtje heeft een donkerbruine kruin en donkerbruine streep onder de ogen. Onder de lichtbruine wangvlek loopt een geelwitte ring. De schouders zen rug zijn dofbruin en het onderlichaam is vuilwit met grove bruine dwarsbanden.

Ringtaling man en vrouw, beide hebben de typische ringtekening op de kop © Dick Daniels

Ringtaling man en vrouw, beide hebben de typische ringtekening op de kop
© Dick Daniels

Kenmerken Ringtaling 

  • Man; lichte wang met contrasterende donkere nek en lichte ring op overgang
  • Man; rood-bruine schouders, roze borst met zwarte vlekken
  • Vrouw; donkere streep onder de ogen, lichte wangvlek met geel-witte ring onder wangvlek

 

Manengans - Chenonetta jubata

De Manengans is een eendachtige ter grootte van een Wilde Eend die oorspronkelijk afkomstig is uit Australië. In Nederland wordt de soort als exoort regelmatig aangetroffen.

Ondanks dat de Manengans wel iets weg heeft van een gans qua bouw met relatief lange poten, lange nek en korte snavel, is het toch een eend.

Het mannetje heeft een donkerbruine kop en hals, korte bruinzwarte manen in de nek en donkerbruine ogen. De snavel is donkergrijs tot grijszwart. De borst is grijs, bruinzwart en wit gevlekt. De flanken zijn lichtgrijs met een fijn gemarmerd patroon. De vleugels zijn grijs en naar buiten toe zwart. De rug en stuit zijn donker tot zwart. Er lopen twee zwarte banden over de volledige lengte van de rug. De poten zijn grijsbruin tot zwartgrijs.

Het vrouwtje heeft een lichter bruine kop en hals dan de man en nauwelijks manen. Ze heeft een donkere oogstreep en een lichte lijn over de wenkbrauw en onder de ogen. De snavel is roze bruin. De borst en het grootste deel van de flanken zijn bruin, vaal geel en witgrijs gevlekt. Onderbuik en onderlijf zijn wit met brede bruine strepen. Ook bij het vrouwtje lopen er twee zwarte banden over de rug. De poten zijn bruingrijs tot donkergrijs getint.

​​Manengans man met opgezette manen © Harvey van Diek    Manengans man zonder opgezette manen © Arpingstone wiki
Manengans man met opgezette manen
© Harvey van Diek
 
Manengans man zonder opgezette manen
© Arpingstone wiki

 

Manengans vrouw, de lichte strepen rond het oog zijn goed zichtbaar © Harvey van Diek

Manengans vrouw, de lichte strepen rond het oog zijn goed zichtbaar
© Harvey van Diek

Kenmerken Manengans

  • Man: donkerbruine kop en hals, met ‘manen’ achterzijde kop, grijze borst met vlekjes, twee zwarte banen over de rug
  • Vrouw: lichter gekleurd dan man, amper manen, lichte lijn over wenkbrauw en onder de ogen

Kokardezaagbek of Kuifzaagbek - Lophodytes cucullatus

De Kokardezaagbek komt van oorsprong in Noord-Amerika voor. Het is de enige soort op deze pagina die op eigen kracht Europa zou kunnen bereiken. Er is hierover veel discussie, maar desondanks betreft vermoedelijk het grootste deel van waarnemingen in Nederland vogels die ontsnapt zijn uit collecties. Kokardezaagbek wordt in Nederland vrij zelden vastgesteld.

Het mannetje heeft een typische zwarte kap op de kop en grote witte vlek achter het gele oog. Zwarte rug met enkele lange zwart-witte tertials, borst wit met twee zwarte banen richting de flank, flank is warm bruin van kleur. Lange dunne, zwarte snavel, poten bruin-geel.

Vrouw duidelijk minder gedefinieerde kap dan man, maar wel met duidelijke roestig-bruine kuif. Op de rug heeft het vrouwtje vergelijkbare maar kortere zwart-witte tertials met smallere witte banen als het mannetje. Snavel van de vrouw is donker met een oranje basis, poten zijn bruinig. De iris is bruin.

Zij kan verward worden met Buffelkopeend, eveneens een Noord-Amerikaanse soort met dezelfde status in Nederland als Kokardezaagbek, die vaak wel in Europese veldgidsen is afgebeeld maar deze heeft echter geen bruine flank en een dikkere snavel. Ook heeft Buffelkopeend een donkere iris.

​​Kokardezaagbek man, let op: kap kan nog verder worden opgezet dan hier zichtbaar © Dick Daniels    Kokardezaagbek vrouw © Harvey van Diek
Kokardezaagbek man, let op: kap kan nog verder worden opgezet dan hier zichtbaar
© Dick Daniels
 
Kokardezaagbek vrouw
© Harvey van Diek

 

Kokardezaagbek vrouw met opgezette kap en goed zichtbare verlengde tertials © Cor Fikkert

Kokardezaagbek vrouw met opgezette kap en goed zichtbare verlengde tertials
© Cor Fikkert

Kenmerken Kokardezaagbek

  • Man: zwarte kap op kop met grote witte vlek achter oog, zwarte rug met lange zwart-witte tertials
  • Vrouw: minder duidelijke kap, wel bruine kuif, donkere rug met verlengde zwart-witte tertials (korter dan bij man)

Kaapse Casarca of Grijskopcasarca -Tadorna cana

De Kaapse Casarca lijkt sterk op Casarca maar heeft een duidelijke grijze kop. De soort is een standvogel in zuidelijk Afrika. In Nedeland is het een zeer schaarse exoot.

De kop van het vrouwtje is iets donkerder grijs met een wit masker rond de ogen. De onderstaartdekveren zijn bleker dan buik en flank, in tegenstelling tot Casarca.

​​Kaapse Casarca man, tussen de grijze kop en lichte hals loopt een scherpe lijn © Aviornis International Nederland/ Jan Harteman    Kaapse Casarca vrouw met het typische witte masker in de grijze kop © Aviornis International Nederland/ Jan Harteman
Kaapse Casarca man, tussen de grijze kop en lichte hals loopt een scherpe lijn
© Aviornis International Nederland/ Jan Harteman
 
Kaapse Casarca vrouw met het typische witte masker in de grijze kop
© Aviornis International Nederland/ Jan Harteman

 

Kenmerken Kaapse Casarca

  • Man: vergelijkbaar met Casarca maar met grijze kop en scherp contrast met kleur op de borst
  • Vrouw: vergelijkbaar als man maar met wit masker in grijze kop