Factsheet aantallen boerenlandvogels over de laatste 50 jaar

(Gepubliceerd 10-9-2012)

 

Inleiding
Meer dan 70% van het Nederlandse landoppervlak bestaat uit agrarisch gebied. En daar huizen grote aantallen vogels.  De jaarlijkse veranderingen in de broedvogelaantallen worden sinds midden  jaren tachtig bijgehouden door Sovon Vogelonderzoek Nederland. Duizenden vrijwilligers en professionals tellen in steekproefgebieden of werken mee aan landdekkend onderzoek. De veranderingen ten opzichte van een gekozen basisjaar worden meestal uitgedrukt in percentages, maar dat zijn wat abstracte getallen voor veel mensen. Door de resultaten te koppelen aan een reconstructie van de oudere aantallen, gebaseerd op vele bronnen, bleek het mogelijk om de veranderingen ook uit te drukken in aantallen broedparen. Dit levert, wat het boerenland betreft,  een ontluisterend beeld op over de laatste 50 jaar.

Methode en bronnen
We beperken ons tot 27 algemeen voorkomende boerenlandvogels. Voor deze soorten zijn er uit het NEM  meetnet jaarlijkse indexgetallen beschikbaar uit de periode 1984-2010. Ze kunnen, met behulp  van aantalsschattingen uit het landelijk atlasproject dat Sovon rond het jaar 2000 uitvoerde,  worden omgezet in aantallen broedparen per jaar. Oudere aantalsschattingen zijn beschikbaar uit eerder atlaswerk, andere publicaties en expert judgement. Deze oudere aantalsschattingen, van vóór de start van het meetnet in 1984, zijn omgeven met enige onzekerheden. Daarom geven we hier een onder- en bovengrens aan. Ze geven hoe dan ook een goed beeld van de werkelijkheid.
Van de 27 soorten zijn de geschatte aantallen per jaar en per periode op een rij gezet. Daarna is een totaal berekend over alle broedparen samen. Dat geeft voor de periode 1984-2010 een totaal aantal per jaar en voor 1960-1984 een totaal aantal voor verschillende perioden (resp. 1960-1970, 1973-1977, 1979-1985). Voor de berekening van de aantalsveranderingen over de gehele periode is het totale en procentuele verschil genomen tussen de schattingen voor de jaren zestig en 2010. Daarbij is een minimum en een maximum aangehouden.

Resultaten
Gemiddeld genomen zijn de boerenlandvogels sinds 1960 met 61-73% teruggelopen. Dat komt neer op de verdwijning van 3,3 tot 5,7 miljoen broedparen van het boerenland binnen 50 jaar. Deze ontwikkeling deed zich ook voor op Europese schaal. Volgens de European Bird Census Council en BirdLife verdwenen er sinds 1980 300 miljoen broedparen van het Europese boerenland.  De afname in Nederlands is vergelijkbaar met die elders in Europa, maar lijkt wel iets eerder te hebben ingezet.
De soorten die in Nederland het hardst zijn afgenomen zijn: Veldleeuwerik (afname met 96-97%, dit betekent de verdwijning van 750.000-1,1 miljoen broedparen), Patrijs (afname 93-95%, minus 90.000-140.000 broedparen), Zomertortel (afname 92-95%, minus 55.000-85.000 broedparen), Ringmus (afname 93-94%, minus 700.000-940.000 broedparen) en Grutto (afname 68-79%, minus 70.000-120.000 broedparen). Het betreft zowel soorten van graslanden en akkers als  kleinschalig cultuurlandschap. Niet in de berekening betrokken zijn enkele soorten die al een halve eeuw geleden vrij schaars waren en inmiddels geheel (Ortolaan) of bijna (Grauwe Gors) verdwenen zijn uit het boerenland. 

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u zich wenden tot Sovon. Contactpersonen zijn Ruud Foppen (0649390514), Chris van Turnhout (0247410431) of Wolf Teunissen (0651997233)



Grafiek: de geschatte aantallen broedparen voor 27 soorten boerenlandvogels in Nederland tussen 1960 en 2010. De rode lijn geeft de gemiddelde trend weer van verandering. De grijze balken geven de minimum en maximumschatting voor enkele tijdperiodes vóór 1984. Bron: Sovon, CBS.

 

Soorten
Slobeend, Patrijs, Grutto, Tureluur, Houtduif, Zomertortel, Veldleeuwerik, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Graspieper, Gele kwikstaart, Grote lijster, Spotvogel, Spreeuw, Ringmus, Steenuil, Kwartel, Oeverzwaluw, Grasmus, Roek, Scholekster, Kievit, Wulp, Geelgors, Torenvalk, Roodborsttapuit, Putter

Kader
Het broedvogelonderzoek van Sovon vindt plaats  in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM. Een samenwerkingsverband van EL&I, provincies, RWS, CBS en Sovon), het stelsel van natuurmeetnetten van de overheid. De berekening van de veranderingen in vogelaantallen vindt plaats in nauwe samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zie ook deze site.

Bronnen
1973-77  Atlas van de Nederlandse Broedvogels (Teixeira 1979)
1979 1979-1985  Atlas van de Nederlandse vogels (Sovon 1987)
1998-2000 Atlas van de Nederlandse broedvogels (SOVON 2002)
Vele artikelen en regionale avifauna’s, samenvatting in Avifauna van Nederland, 2 (Bijlsma et al. 2001)
Indexen 1984-2010 Broedvogels in Nederland 2010 (Boele et al., Sovon-rapport 2012/01)
http://www.ebcc.info/index.php?ID=498
http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl1479-Vogels-van-het-boerenland.html?i=4-27).