Effect kunstlicht op broedvogels

Proefopstelling groen licht | Fotograaf Kamiel Spoelstra

Net als andere dichtbevolkte gebieden in de wereld wordt Nederland ‘s nachts steeds meer verlicht. Op steeds minder plekken is het daardoor nog echt donker. Om meer te weten te komen over de mogelijke effecten van al dat licht op de natuur is het project ‘Effecten van kunstlicht op flora en fauna in Nederland’ gestart. Diverse organisaties zijn bij dit project, dat mede mogelijk wordt gemaakt door Stichting Technische Wetenschappen (STW), betrokken.

In het voorjaar van 2011 zijn de eerste gegevens verzameld. In totaal werden op vijf locaties meer dan 2000 territoria van bijna 80 vogelsoorten vastgesteld. In 2012 werd op dezelfde plekken – en tevens op drie nieuwe locaties – op dezelfde wijze geïnventariseerd, met dit verschil dat de locaties nu werden blootgesteld aan verschillende ‘lichtbehandelingen’. Concreet betekende dit dat op elke locatie rijen lantaarnpalen waren geplaatst met verschillende typen kunstlicht.

Hoe reageren broedvogels op kunstlicht? Een interessante vraag, waar Sovon zijn licht op laat schijnen door op acht onderzoekslocaties de verspreiding van de aanwezige territoria van broedvogels in kaart te brengen, gebruikmakend van de BMP-methodiek. Gedurende vier jaar wordt deze inventarisatie herhaald.

Verandering

De inventarisatie resulteert onder meer in onderstaande kaartbeelden. In dit voorbeeld zijn de territoria van de Fitis op een onderzoekslocatie bij Kootwijk in 2011 en 2012 weergegeven. De komende jaren zal blijken of er als gevolg van blootstelling aan verschillende soorten kunstlicht verschuivingen in de aantallen en verspreiding gaan optreden. De eerste resultaten laten al veranderingen zien, maar analyse moet uitwijzen of deze het gevolg zijn van kunstlicht. De afstanden van de territoria tot de verschillende typen verlichting zullen daarvoor worden geanalyseerd. Daarnaast zullen de resultaten worden vergeleken met die van andere onderzoeken op dezelfde locaties – bijvoorbeeld naar het broedsucces van vogels en naar andere soortgroepen. Een heel spannend en leerzaam experiment.

Territoria Fitis Kootwijk 2011  Territoria Fitis Kootwijk 2012

De stippenkaarten die met behulp van het door Sovon ontwikkelde  autoclusterprogramma zijn vervaardigd tonen alle waarnemingen die per soort in het veld zijn opgetekend, geclusterd tot territoria conform de criteria van het Broedvogelmonitoring Project (BMP). In GIS kunnen de posities van al die waarnemingen ten opzichte van de verlichting worden geanalyseerd. Of en hoe vogels op kunstlicht zullen reageren, zal per soort verschillen.  Dit onderzoek zal helpen om de patronen te ontrafelen. 

Meer weten?

Kijk dan op www.lichtopnatuur.org of neem contact op met Roy Slaterus.