Goudhaan (foto: Ran Schols)

Eerste telperiode nieuwe Vogelatlas

Op 1 december ging het veldwerk voor de nieuwe vogelatlas van start. Een project dat drie winters en drie broedseizoenen zal beslaan en de actuele verspreiding van vogels gedetailleerd in kaart brengt.

Eerste telperiode bijna voorbij
Het winterseizoen is daarbij opgesplitst in twee telperioden: 1 december – 15 januari en 16 januari – 28 februari. Tijdens elke telperiode worden in elk atlasblok (5x5 km) acht kilometerhokken precies één uur lang doorkruist op het voorkomen van wintervogels. Op 2 januari hadden 458 tellers hun gegevens ingevoerd. Deze hebben betrekking op 473 atlasblokken en 2341 kilometerhokken. Dat is al heel wat, mede gezien het slechte weer dat de tellers tot aan de kerst parten speelden. Maar er is tegelijkertijd nog veel telwerk te verzetten om het aantal van 700 atlasblokken en 5600 kilometerhokken te bereiken die voor deze winter zijn geclaimd. Maar misschien valt het mee en begint een deel van de tellers pas met invoeren  als ze alle kilometerhokken hebben bezocht?

Eerste indrukken
Het is natuurlijk nog vroeg voor bespiegelingen over de eerste resultaten, maar we kunnen het toch niet laten. Als we de resultaten van de decembertellingen nu vergelijken met de gemiddelde decembertelling tijdens de wintervogelatlas (1978-83) dan zien we een aantal opvallende verschuivingen in presenties, ook als we usual suspects als Bonte Kraai en Nijlgans buiten beschouwing laten.
Toenames vinden we bijvoorbeeld bij Staartmees (van 40 naar 66% van de onderzochte atlasblokken bezet), Goudhaan (van 39 naar 57%), Huismus (van 69 naar 84%) en Putter (van 24 naar 56%).
Afnames bij Patrijs (van 41 naar 9%!), Ransuil (van 27 naar 5%), Steenuil (van 22 naar 9%) en Watersnip (van 37 naar 19%). De Buizerd staat vooralsnog op de vierde plek van meest wijdverbreide soorten, na Zwarte Kraai, Merel en Koolmees. We zijn benieuwd in hoeverre deze cijfers standhouden naarmate het veldwerk vordert.

Kijk op de site van de Vogelatlas.