Bepaalt voedsel het aantal vogels in de Waddenzee?

Bruno Ens, senior onderzoeker Kust & Grote Wateren bij Sovon Vogelonderzoek Nederland

 

Vaak wordt aangenomen dat de draagkracht van de Waddenzee voor vogels bepaald wordt door het voedselaanbod. Gedetailleerd onderzoek door Leo Zwarts en anderen liet zien dat het aantal Scholeksters op het wad bij Moddergat werd bepaald door de oogstbare biomassa bodemdieren (gemeten in grammen vlees). In vergelijkbaar zeer gedetailleerd onderzoek door Caspar Kraan en anderen werd gevonden dat het aantal Kanoeten op het wad in de westelijke Waddenzee werd bepaald door de oppervlakte wad (gemeten in hectares) waar de Kanoeten voldoende snel voedsel konden vinden. Oogstbare biomassa en oppervlakte geschikt wad noemen we proxies voor draagkracht, omdat draagkracht betrekking heeft op het aantal vogels dat in een gebied kan leven en niet op grammen vlees of hectares wad. Als we de droogvalduur van het wad in rekening willen brengen verdubbelt het aantal mogelijke proxies van 2 naar 4 en er kunnen er nog veel meer proxies worden bedacht.

Voor 13 verschillende soorten wadvogels onderzochten we welke proxy voor draagkracht het beste de jaarlijkse verspreiding van de betreffende wadvogelsoort in de Waddenzee kon verklaren. Het succes van die onderneming was beperkt. Waarschijnlijk moeten we niet alleen het voedsellandschap in rekening brengen, maar ook het verstoringslandschap, de sediment samenstelling van het wad (sommige soorten prefereren slik, andere soorten juist zand) en de mogelijkheid om bij hoogwater ook nog naar voedsel te zoeken.