Atlasprojecten

Al vanaf het begin in 1973 organiseert Sovon landelijke atlasprojecten. Deze brengen de landelijke verspreiding van vogels in kaart. Uitgangspunt daarbij is een vast grid van ‘atlasblokken’  van 5 x 5 km. Dit grid, afgeleid van de kaartbladen in de Topgrafische Atlas van Nederland, wordt ook door andere landelijke organisaties gebruikt, die bijv. planten, zoogdieren en bepaalde insecten onderzoeken. Buitenlandse organisaties werken eveneens met vaste grids, maar soms van een ander schaalniveau.

Van kwalitatief naar (semi-) kwantitatief
De eerste atlasprojecten waren kwalitatief van aard: vogelaars registreerden alleen de aan- of afwezigheid van soorten per atlasblok. Latere projecten geven ook kwantitatieve informatie: waar zijn de aantallen het hoogst of laagst.
Hiervoor gebruiken we verschillende methoden. Bij zeldzame of schaarse soorten geven tellingen of  schattingen door de onderzoeker een beeld van het aantal in het atlasblok. Bij algemene soorten resulteert  systematisch veldwerk in een deel van het atlasblok (in ‘ kilometerhokken’  van 1 x 1 km) in een goed indicatie van de dichtheid. Via statistische bewerking levert dit bruikbare informatie op voor vrijwel alle vogelsoorten.

Atlassen van 1973 tot en met 2002
Sovon organiseerde de volgende atlasprojecten:

  • Eerste broedvogelatlas, met veldwerk in 1973-1977. Resultaten zijn gepubliceerd in Teixeira R. (1979). Atlas van de Nederlandse broedvogels. Natuurmonumenten, ‘s-Graveland (431. Pags).
  • Atlas van het voorkomen van vogels per maand, met veldwerk in 1978-83. Resultaten zijn gepubliceerd in Sovon (1987). Atlas van de Nederlandse vogels. Sovon, Arnhem (595 pags).
  • Tweede broedvogelatlas, met veldwerk in 1998-2000. Resultaten zijn gepubliceerd in Sovon Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS Nederland, Leiden (584 pags). 
  • Voorts had Sovon een grote inbreng in de voorbereiding en publicatie van de Europese broedvogelatlas: Hagemeijer E.J.M. & M.J. Blair. 1997. The EBCC atlas of European breeding birds: their distribution and numbers. Poyser, London (903 pags).

Nieuwe Vogelatlas
Van het najaar 2012 tot en met 2015 is het veldwerk gedaan voor een nieuwe Vogelatlas van Nederland waarin zowel de verspreiding van broedvogels als overwinterende vogelsoorten is vastgelegd. Eind 2018 verscheen de zeer lijvige atlas (3,7 kilo) op de Landelijke Dag. Inmiddels heeft de zesde druk het levenslicht gezien met in totaal 20.000 exemplaren. Ongekend veel voor een vogelboek.

www.vogelatlas.nl