Blauwe Reiger

Wetenschappelijke naam

Ardea cinerea

Engelse naam

Grey Heron

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

5000

Broedpopulatie

11.100-11.500 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

16000-18000, sep (2009-2014)

Blauwe Reiger

Ardea cinerea

Methode

Nesten tellen

Tijd van het jaar

Begin maart t/m eind mei

Datumgrenzen

15 maart t/m 10 mei

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Minimaal eenmaal bezette nesten tellen, bij voorkeur zo laat mogelijk in het seizoen, maar voordat de bladeren aan de bomen komen. Let op voedselvluchten (tot meer dan 10 km van de kolonie) en invallende vogels op potentiële broedplaats.
Bezette nesten zijn te herkennen aan verse takken en witbescheten randen (oude nesten zijn ingezakt, ontberen schijtplekken en hangen vaak scheef).
Nieuwe nesten, die tot in de tweede helft van het broedseizoen optreden, zijn in het begin bijzonder ijl, ontberen de bescheten randen en kunnen op duivennesten lijken. Ze zijn vrijwel altijd bezet en worden meegeteld. Ligging nesten evt. intekenen op kaart. Na bladval in najaar kan eventueel nogmaals worden geteld om te controleren of sinds de laatste keer nesten zijn bijgebouwd. Maximum aantal nesten wordt soms pas in de tweede helft van mei bereikt.
Incidentele vestigingen van één of enkele paren zijn onopvallend (zeker in naaldbomen). Let dan op pendelvluchten (over vele kilometers mogelijk).

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten aanhouden in periode 15 maart-10 mei.

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Percentage onbezette nesten is - behalve na strenge winters! - doorgaans laag (gemiddeld 1%). Door stormschade, verstoring e.d. treden soms binnen het broedseizoen verplaatsingen op.

Broedbiologie

Meestal broedend in hoge bomen, soms in struiken of in rietruigte op de grond. Meestal in kolonies nestelend, soms solitair. Eén broedsel per jaar. Beide partners actief bij hele broedproces. Meestal 4-5 eieren, broedduur 25-28 dagen, jongen vliegvlug na 42-55 dagen. Eileg vanaf februari, meestal in maart-april maar vroegere start (met name in stedelijk gebied) niet ongewoon. Late vestigingen en vervolglegsels tot ver in mei.

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen september-februari.

Tijd van de dag

Van 1,5 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Solitair of met enkele bijeen, soms groepen van tientallen
- Zowel in open veld als langs sloten en oevers of in bomen
- Ook in stedelijk milieu: vijvers, grachten, stadsparken, daken etc.
- Overnacht ook buiten het broedseizoen in de kolonie. Soms kleine slaapplaatsen elders
- Bij strenge vorst concentraties op ijsvrije plekken en voerplaatsen
- Broedvogels in kolonie vanaf half januari (zachte winters)

Broedtijd

Blauwe Reigers broeden merendeels in kolonies, soms echter solitair. Verreweg de meeste van de rond 500 bekende kolonies liggen in het lage deel van het land, inclusief het rivierengebied. Kolonies in stedelijk gebied zijn normaal. Er is een tendens om meer verspreid te gaan broeden: kolonies van meer dan 100 broedparen worden schaarser, kleinere kolonies talrijker. Blauwe Reigers werden in het verleden hevig vervolgd. In combinatie met waterverontreiniging en streng winterweer leidde dit tot een dieptepunt van 3500 paren in 1963. Sinds ongeveer 1970 herstelden de aantallen zich door bescherming en naderhand ook door verbeterde waterkwaliteit. Vanaf 1990 groeien ze echter niet verder. In jaren volgend op een reeks van zachte winters broeden er ruim 13.000 paren in ons land, na enkele winters met stevige vorstperioden tot 30% minder. Veel Nederlandse Blauwe Reigers overwinteren dan ook in eigen land.

Buiten broedtijd

Vanaf juni verlaat een deel van de jonge Blauwe Reigers de broedgebieden, in oktober en november gevolgd door kleine aantallen volwassen vogels. Tegelijkertijd trekken Zweedse, Deense en Duitse vogels door. Een Blauwe Reiger langs de gracht, in het stadspark of bij de tuinvijver is tegenwoordig een gebruikelijk gezicht. De meeste Blauwe Reigers verblijven in het winterhalfjaar echter in open polderland met veel sloten. Bij strenge vorst concentreren ze zich bij ijsvrije wateren. De Nederlandse broedvogels keren vanaf januari terug in de kolonies, doortrek vindt plaats tot in mei. De aantallen buiten de broedtijd volgen het patroon van de broedvogels: hoge aantallen na een serie zachte winters, lage aantallen na wat koudere winters.