Momenteel 'overal' zingend. Tjiftjaf, Grevenbicht 2 april 2005. Foto: Ran Schols

Zuidenwind en...volop getjiftjaf

Natuurlijk, er waren al wekenlang Tjiftjaffen in ons land. Of eigenlijk nog langer, want er overwinteren er tegenwoordig de nodige. Maar het gezang was nog niet van de lucht.

Maart 2016 was dan ook een relatief frisse maand, met temperaturen wat onder het langjarig gemiddelde. Dat kwam deels door koude nachten en ochtenden, deels door hardnekkige noordenwinden. De aanwezige Tjiftjaffen deden er veelal het zwijgen toe, druk als ze waren om simpelweg in leven te blijven. En verse aanvoer uit zuidelijke streken bleef uit.

Verandering van windrichting

Dat veranderde rond het paasweekend. Op de 25e begon de wind naar het zuiden te draaien en een dag later stond hij straf uit die richting. Met zonnig weer heerlijk om buiten te zijn. Het zal velen zijn opgevallen dat er 'plotseling' en 'overal' Tjiftjaffen zaten te zingen. Dat blijkt ook uit de ingevoerde meldingen op waarneming.nl: het aantal kilometerhokken met een Tjiftjaf bedroeg van 25 t/m 29 maart bijna 1800 (stand 29 maart rond 16:00 u) en dat is ruim drie maal zo veel als in de voorgaande vijf dagen. Ze werden bovendien in het hele land gehoord, en niet meer voornamelijk in de zuidwestelijke helft. Zelfs als we bedenken dat het lange paasweekend veel mensen op de been bracht is dit een opvallend verschil.

Het gaat beginnen

De pas gearriveerde Tjiftjaffen zullen voornamelijk mannen zijn. Ze zijn druk bezig met het afbakenen van een territorium. Met alle drukke zang, afgewisseld met opgewonden 'trr..trr..' roepjes een heerlijk geluid. De vrouwen arriveren meestal een week of wat later. Begin april begint de nestbouw, die bij deze soort relatief lang duurt, tot tien dagen. Het nest is dan ook een behoorlijk bouwsel, een flinke bol met opening aan de zijkant en van binnen gevoerd met veertjes.

Fluctuerende aantallen

De aantallen broedvogels verschillen soms behoorlijk van jaar op jaar en verminderen wel eens met een kwart, om redenen die we nog niet in detail kennen kennen. Uit een vergelijking van systematisch ringonderzoek en broedvogeltellingen (CES/BMP), gepubliceerd in Limosa (2007), kwam de overleving van eerstejaars vogels als sturende factor naar voren. Welke factoren daarbij het belangrijkst zijn, weten we nog niet. In recente jaren bleven inzinkingen overigens uit. Gaat ook 2016 weer een goed jaar voor Tjiftjaffen worden? Kijk ook op de soortpagina voor meer informatie.

 

Reactie toevoegen