Elzensingel langs een maïsakker. Foto: Ernst Oosterveld

Zoeken naar zaadeters in het Fryske land

Ernst Oosterveld, Friese vogelaar, telt tweewekelijks wintervogels op 14 akkers in het houtsingellandschap van de noordelijke Friese Wouden. Zo krijgt hij een goed beeld van de aantallen zaadeters. Regelmatig staat hij voor verrassingen: ‘Nog iedere winter zie ik er Fraters’.

Deze winter zag Oosterveld opvallend weinig Kepen en Vinken, die graag op de akkerbodems op elzenzaad foerageren. Eind februari was dat zelfs maar ongeveer 10% van de aantallen uit voorgaande winters. Mogelijk heeft dit te maken met het goede mastjaar van Beuk, suggereert hij. (In de Tuintelling en Nationale Tuinvogeltelling werden deze winter minder mezen dan in de winter ervoor gezien.) Ook vinkachtigen zaten misschien meer in de bossen . Een nadere analyse van de landelijke PTT-tellingen zou dit kunnen uitwijzen. De gegevens daarvan laten landelijk gezien gemiddelde aantallen voor Vinken en Kepen zien.

Verrassingen in schraal cultuurland

Oosterveld: “Rond de akkers is het maar schraal met de winterzangvogels, terwijl het nu aan het eind van de winter aan goed bereikbaar voedsel (elzenzaad) op de kale grond niet ontbreekt, waar het voedsel elders uitgeput raakt. Een verrassing op de akkers zijn de Fraters die ik iedere winter aantref, dit jaar nog met een groep van 30 begin januari. Eind februari telde ik er nog 18. Waar de Vinken voortdurend met de singels als dekking in de rug in de akkerranden foerageren, foerageren de Fraters midden op de meest open delen van de akkers.

Rietgorzen tref ik zelden aan in het agrarische cultuurlandschap. Alleen af en toe op één maïsakker, waar veel zaden liggen en een mooie takkenbult bij ligt. Hoe je in het moderne cultuurlandschap dan toch weer voor aangename verrassingen kunt komen te staan.”