Foto: Harvey van Diek

Zacht zingende Kruisbekken

Wie nu door wat grotere naaldbossen loopt, loopt nog steeds de kans veel Kruisbekken tegen te komen. Blijven die allemaal in Nederland om te broeden? Broedvogeltellers van Sovon die nu al op pad zijn, komen territoriale Kruisbekken tegen. Succesvolle Kruisbekparen zijn echter schaars.

Kruisbekken broeden jaarlijks in Nederland, maar hun aantal varieert sterk. In sommige jaren zijn het enkele tientallen paren, maar in de jaren na een influx kunnen het er duizenden zijn. Kruisbekken voeden zich met zaden uit de kegels van Fijnsparren, Lariksen en Dennen. Omdat het vroege broeders zijn, die in februari al op het nest kunnen zitten, lopen tellers nu met verhoogde aandacht door bossen met deze bomen.

Zachtjes zingen

De laatste paar weken zijn de mannetjes Kruisbekken zachtjes gaan zingen. Wie goed luistert, hoort de zacht knarsende strofen. Bij een zacht zingend mannetje is de kans groot dat er een vrouwtje aanwezig is dat stiekem een slordig nest bouwt tegen de stam van een Fijnspar. Arend van Dijk, gepensioneerd medewerker van Sovon en nu vrijwel voltijds in het veld, meldde deze week al zo’n 150 zingende Kruisbekken, waaronder Grote Kruisbekken, in de bossen van Zuidwest-Drenthe. Deze vogels zijn bezig om een territorium te bezetten. Hij betwijfelt of de Kruisbekken een kans van slagen hebben: “Ze vreten de hele winter al voornamelijk zaden uit larikskegels, want in dennen en sparren zitten nauwelijks kegels. Of er nog voldoende zaden zijn voor het broedseizoen zullen de komende weken uitwijzen.”

Zaad fijnspar - Bartiebert/Wikimedia

 

Broeden wanneer het uitkomt

De meeste Kruisbekken broeden in de periode februari tot en met april, erg vroeg dus. Ze kunnen tijdens vorst al op de eieren zitten. Maar het zijn doorgewinterde opportunisten: om de kans op broedsucces te vergroten, kunnen nesten tot in de zomer begonnen worden, al is dat uitzonderlijk. Ze passen zich aan de hoeveelheid beschikbaar voedsel aan. Veel broedsels in ons land mislukken, omdat er weinig voedsel aanwezig is.  Ook komen Kruisbekken in de problemen als de kegels vanwege warm weer openspringen en het zaad op de grond valt. Het is dan onbereikbaar geworden en de Kruisbekken zullen vertrekken. 

Van rechte snavel naar kruisbek

Jonge Kruisbekken hebben aanvankelijk een rechte snavel. Pas enkele weken na het uitvliegen begint de snavel te kruisen. Om die reden moeten de jongen nog gevoerd worden. Die taak ligt in veel gevallen bij het mannetje. Zeker als het vrouwtje met een tweede nest gestart is. Wie jonge Kruisbekken met rechte snaveltjes en korte staarten tegenkomt, heeft te maken met lokaal uitgebroedde kruisbekken.

Dit bericht is ook verschenen als Natuurbericht. Binnenkort verschijnt er een verdiepend artikel over (broedende) Kruisbekken van Joost van Bruggen op onze website.