Werkgroep in de kijker

In deze rubriek interviewen we een teller of onderzoeker aan de hand van een aantal vragen. De keus viel deze keer op Frank Peters. Hij stuurde de vragen door naar de leden van zijn nestkastenwerkgroep met uilen, Torenvalk en Spreeuw als aandachtssoorten.

Vertel iets over de werkgroep

Onze werkgroep bestaat al vele jaren. Sommigen van ons zijn al vanaf het begin lid. Op moment van schrijven zijn we met elf personen. Ons werkgebied bestaat uit de drie noordelijkste gemeenten van Limburg: Mook-Middelaar, Gennep en Nieuw-Bergen. Het is een nogal langwerpig gebied tussen de Maas en de Duitse grens, ongeveer 33 kilometer lang en tussen de 2 en 7 kilometer breed. De oppervlakte bestrijkt ongeveer 100 vierkante kilometer, bestaande uit bosgebieden (onder andere Maasduinen), de uiterwaarden van Maas en Niers, landbouwgebied variërend van extensief tot zeer intensief gebruik (met onder andere een landbouwontwikkelingsgebied). In het buitengebied zijn nog veel oude boerderijen met een groot stuk grond erbij, welke nu vaak burgerwoning zijn. Dat zijn vaak de mooiste plekken voor uilen.

Welke soorten volgen jullie?

Het gehele gebied is opgedeeld in zes kleinere werkgebieden, die door een tot drie personen compleet worden gerund. Ons streven is om het gehele gebied te inventariseren op alle uilen en torenvalken. Sommigen van ons nemen ook andere roofvogels mee. Iedere persoon in ieder werkgebied gaat daar zover in als ze willen en er tijd beschikbaar is. Ook proberen we door voorlichting de perceeleigenaar zover te krijgen dat hij vogelvriendelijke maatregelen treft. Vaak wil dat zeggen dat men bepaalde activiteiten juist niet moet doen. Het plaatsen van nestkasten is eenvoudig, maar een goed leefgebied behouden of herstellen is veel lastiger in deze wereld waar alles netjes en strak “behoort” te liggen.

In de wintertijd maken we gezamenlijk de benodigde nestkasten voor het gehele werkgebied. Ook dat is leuk werk. De materialen worden grotendeels via via geritseld, een klein deel kopen we in met ondersteuning van ons IVN, waarvoor dank.

Wat trekt jullie zo aan de uilen?

Uilen hebben iets mystieks. Veel mensen zullen het hier mee eens zijn, maar hebben er wellicht geen oog voor. Prachtig is het om ergens te komen voor de nestkastcontrole, waarbij we in een voorgesprekje altijd vragen wat de bewoners zelf gemerkt hebben. Regelmatig hoor je dat we niet naar boven hoeven te klimmen, omdat er toch niets in zit. Dat doen we dan toch. Groot zijn de ogen als je met enkele uilenpullen omlaag komt. Ook de reactie van een groep kinderen die we wel eens uitnodigen voor een ringsessie is altijd leuk. Een deel van hen staat vijf meter verderop, ongeïnteresseerd op hun mobiel te kijken; de stoerdoeners. Een ander deel kijkt wel mee, maar is bang om vies te worden; de twijfelaars. De overige kinderen staat er met de neus bovenop en wil alles weten en de beesten aanraken. Die zien we het liefst natuurlijk, dat worden over 20 jaar onze opvolgers. De uitdaging is om de twee eerste groepen te laten zien dat er meer is in de wereld dan de kunstmatige wereld van de smartphones.  

Wat voor werkzaamheden doen jullie zoal?

Rob Voesten en ik zijn enkele jaren geleden gestart met het bijhouden van een 70-tal nestkasten voor de spreeuw. We bepalen het aantal eieren, jongen, uitgevlogen jongen en de conditie van de jongen. Met deze gegevens vullen we de Nestkaart digitaal in. We ringen ze en leggen zoveel mogelijk gele kleurringen aan (let dus op bij het zien van een spreeuw). Dat valt onder een RAS-project van het Vogeltrekstation. De spreeuw is een hele goede indicator voor de kwaliteit en de beschikbaarheid van insecten in een gebied. De vele meldingen van de achteruitgang van insecten zal iedereen nog wel vers in het geheugen zitten. Hoe zal die trend in de toekomst gaan verlopen? Vandaar dat we proberen deze reeks zo lang mogelijk vol te houden. Er gaan vele uren in zitten en je broek wordt nogal vies van deze schijtertjes. Afgelopen winter hebben we een oproep geplaatst in de plaatselijke krantjes, of er mensen zijn die interesse hebben om een aantal van deze nestkasten te gaan beheren. Uiteraard komen we voor het ringen zelf. Vijf personen hebben zich gemeld en gaan er na een uitgebreide voorbereiding mee aan de slag. Heel veel dank aan hun!

Wat vind je goed gaan bij Sovon?

Uiteindelijk gaat alle informatie in de database van Nestkaart. Het is met name in het begin even doorbijten, maar desnoods met behulp van het Sovon Nestkaartteam komt iedereen er wel uit. Mijn advies is om je basisinstellingen zo goed mogelijk in te stellen, eventueel met hulp van Jeroen Nienhuis of Frank Majoor. Ga daarna pas invoeren. Dat scheelt je bij iedere invoer tijd. Al doende word je er vanzelf behendiger in. Voor de meesten onder ons die liever met de neus in de wind staan, zal dit een klusje blijven voor de donkere, regenachtige herfstavonden.

Wat kan Sovon nog verbeteren?

We zouden meer zien over wat er gebeurt met alle data die in Nederland door de vele vrijwilligers in vele uren verzameld wordt. Wat doet de overheid bijvoorbeeld met alle data die ze kunnen inzien. Gebruiken ze die en handelen ze er ook naar?

Foto: Jongen steenuilen na het ringen. The good, the bad and the ugly. (Frank Peters)