Foto: Albert de Jong

Weinig jonge Rotganzen

De Rotganzen zijn dit jaar met heel weinig jongen uit de Siberische toendra teruggekeerd. Een telling tijdens de hoogwatertelling van november, in zowel Waddenzee als Deltagebied, leverde 2% eerstejaars op.

Door Kees Koffijberg, ganzen- en zwanenwerkgroep

Het jaar 2015 kan voor de broedende Rotganzen uit West-Siberië als een typisch daljaar worden beschouwd. Onder 13.689 individueel gecontroleerde Rotganzen in de Waddenzee en in het Deltagbied in november werden maar 269 jonge vogels gezien (een percentage eerstejaars van 2%). Langs de Groninger kust en op Vlieland was het jongenpercentage zelfs minder dan 1% en viel het voor de waarnemers niet mee jongen te vinden. In het Deltagebied werd zelfs geen enkel jong gezien. Alleen op Texel werden zoals gewoonlijk iets meer families met jongen opgemerkt (4,4% eerstejaars).  Deze cijfers zijn nog voorlopig, omdat van enkele gebieden nog gegevens ontbreken.

Afwisseling van goede en slechte broedjaren

Slechte broedseizoenen zijn voor de Rotganzen overigens geen uitzondering. Over de lange termijn bekeken wisselen piekjaren en daljaren elkaar af. Sinds het einde van de jaren negentig is het aantal piekjaren echter verminderd. Alleen in 2005/06 werden nog meer dan 25% jongen geteld. Een vergelijkbare ontwikkeling is ook bij Kolganzen te zien (vanaf het begin van de jaren negentig). Voor de Rotgans is aangetoond dat het klassieke patroon van piek- en daljaren door het wegvallen van de uitgesproken lemmingcyclus op de toendra van Taimyr wordt veroorzaakt. Daardoor bevindt zich de populatie momenteel op een stabiel niveau, met tijdens de piek van de voorjaarstrek zo'n 100.000 vogels.